zondag 7 december 2025

De weg anno nu: eerlijk over veiligheid en verantwoordelijkheid


Voorwoord / Inleiding

Verkeersveiligheid is een onderwerp waar we allemaal woorden over hebben, maar weinig mensen echt verantwoordelijkheid voor nemen. Elk jaar verschijnen er rapporten, statistieken en beleidsnota’s. Maar cijfers zijn cijfers; achter elke melding staat een mens, een gezin, een leven dat anders had kunnen zijn.

Dit jaar wil ik eerlijk zijn. Niet door te pleasen, niet door cijfers mooier voor te stellen dan ze zijn, en zeker niet door marketingtaal te gebruiken die veiligheid verkoopt als een product. Verkeersveiligheid gaat over keuzes, over gedrag, over omgeving, en over systemen die al decennialang proberen ons in het gareel te houden.

In dit stuk blik ik terug op de realiteit van 2025/2026: de rijopleiding die moet veranderen, de instructeursopleiding die eindelijk professionaliseert, de turbo theorie die snel succes beloofd maar geen veiligheid, en de F-bike die de grenzen van ons begrip opzoekt. Ik bespreek het echte leed van verkeersslachtoffers, de klassieke drie E’s die nog steeds het fundament vormen van verkeersveiligheid, en de rijschoolbranche die balanceert tussen marketing, kwaliteit en professioneel aanzien.


Het doel is duidelijk: een spiegel voorhouden. Niet om te beschuldigen, maar om te laten zien wat er echt speelt, zodat we kunnen leren, verbeteren en voorkomen dat we blijven betalen met mensenlevens en vertrouwen.


Hoofdstuk 1 – Verkeersveiligheid anno nu

Verkeersveiligheid in Nederland… tja, het blijft een soort nationale paradox. We willen het allemaal, we roepen het graag, we hangen overal spandoeken over “SAMEN OP WEG NAAR 0 VERKEERSSLACHTOFFERS”, maar ondertussen duwt half Nederland nog even een appje eruit terwijl ze 90 rijden. We leven in een tijd waarin iedereen haast heeft, maar niemand precies weet waarom.

De wegen worden drukker, de voertuigen worden sneller, en de aandachtsspanne van de gemiddelde weggebruiker lijkt omgekeerd evenredig met het aantal notificaties op hun telefoon. En dan is er nog het verkeer zelf: complexer, diverser, meer stroompjes die elkaar kruisen—van vrachtwagens tot F-bikes tot bestelbusjes die zich gedragen alsof ze Formule 1 licenties hebben.

Het pijnlijke is dat we het allemaal zien gebeuren. De cijfers liegen niet, de slachtoffers al helemaal niet. En toch lijken we in een collectieve staat van verkeersontkenning te leven. Iedereen vindt zichzelf een uitstekende bestuurder. Iedereen vindt dat het vooral “die ander” is die het verkeer verpest. Een soort astrologie, maar dan met richtingaanwijzers: het ligt nooit aan je eigen sterrenbeeld.

Maar laten we eerlijk zijn: de realiteit is simpel. Verkeersveiligheid staat al jaren onder druk omdat gedrag onder druk staat. We zijn gehaast, afgeleid, geïrriteerd en zelfverzekerd tegelijk. Een dodelijke cocktail. En als we zo doorgaan, gaat 2026 niet magisch veiliger worden omdat er ergens in Den Haag een beleidsnota ligt te verstoffen.

Het is tijd dat we weer snappen dat verkeer teamwork is—en niet een persoonlijke racebaan waar jij toevallig vandaag de hoofdrol in speelt.


Hoofdstuk 2 – De rijopleiding in beweging

De rijopleiding verandert, en eerlijk gezegd werd dat tijd ook. Jarenlang draaide het systeem een beetje op routine: leerlingen leren rijden, instructeurs geven les, examen doen, klaar. Maar het verkeer anno nu vraagt om meer dan “koppeling, gas en veel succes”. De complexiteit op de weg is zó toegenomen dat je een rijbewijs eigenlijk niet meer moet zien als een papiertje, maar als een soort verkeerscontract: je krijgt dat ding mee onder de voorwaarde dat je het volwassen gebruikt.

De rijles zelf verschuift naar een aanpak waarin risicoperceptie centraal staat. Niet alleen doen, maar vooral begrijpen wat je doet. Leerlingen moeten niet alleen leren sturen, maar leren denken. En dat gaat soms wat stroef, want een groot deel van de moderne generatie stapt met het idee de auto in dat ze “even snel hun rijbewijs gaan halen”. De realiteit is dat die instelling precies de reden is waarom ze daarna drie rotondes nodig hebben om te ontdekken dat verkeer toch een beetje meer is dan Mario Kart.

En dan de instructeursopleiding. Ook die gaat op de schop. Nieuwe eisen, nieuwe modules, meer nadruk op didactiek, coaching en gedragsbeïnvloeding. Want een rijinstructeur is al lang geen “bijrijder met pedalen” meer. Het is een vak dat vraagt om inzicht in menselijk gedrag, veiligheid, techniek, mentale belasting en verkeerspsychologie. De oude opleiding liep simpelweg achter. Je kon prima uitleggen waar de koppeling zit, maar hoe je een leerling begeleidt die dichtklapt bij elke kruising? Dat was meer een kwestie van talent dan van training.

Het idee achter de vernieuwde opleiding is professionalisering. Een mooier woord voor: het moet beter. En ja, dat schuurt, want bijscholing en extra eisen klinken altijd prachtig in beleidsdocumenten, totdat je er als instructeur uren, geld en energie in moet stoppen. Maar de harde waarheid is dat de kwaliteit van de rijopleiding direct impact heeft op de veiligheid. Elke fout die in de les niet gecorrigeerd wordt, wordt later een risico op de weg.

De sector staat dus op een kantelpunt. We kunnen blijven doen alsof alles wel prima loopt, of accepteren dat de rijopleiding mee moet groeien met de werkelijkheid. Want verkeer verandert sneller dan ooit. En als wij als branche niet meebewegen, dan doen de ongelukken dat wel voor ons. En dat is een les die niemand wil leren, maar die wel steeds vaker op de weg wordt gegeven.


Hoofdstuk 3 – De Turbo Theorie

De turbo theorie… het product van een samenleving die alles snel wil, behalve verantwoordelijkheid. Het wordt verkocht als de ideale oplossing: in één dag je theorie halen, hup, door naar de praktijk. Een soort fastfoodpakket voor je verkeerskennis. Maar zoals bij elke drive-through geldt ook hier: snel is niet hetzelfde als goed. En meestal krijg je er later buikpijn van.

Het probleem met de turbo theorie zit niet in het concept zelf, maar in de illusie die eromheen hangt. Jongeren – en eerlijk, ook genoeg volwassenen – stappen erin met het idee dat je de hele verkeerswetgeving even in een paar uurtjes in je hoofd perst. Ze leren trucjes, ezelsbruggetjes, examenvallen herkennen, en gaan dan vol zelfvertrouwen naar het CBR. En soms slagen ze ook nog. De ironie is dat dit succes vaak het slechtste nieuws is voor hun verkeersveiligheid.

Want wat leren ze niet? Risicoperceptie. Begrijpen waarom een bord staat waar het staat. Het kunnen lezen van verkeerssituaties die niet exact overeenkomen met die ene oefenvraag die ze thuis tien keer fout hadden. Turbo theorie levert leerlingen af die de vragen kennen, maar de weg niet begrijpen. Ze kunnen vinkjes zetten, maar geen gevaren zien. En zodra ze later plankgas de praktijk in gaan, blijken die trucjes ineens heel weinig waard.

Daar komt bij dat turbo theorie de echte theoriedocenten en instructeurs voor een lastige uitdaging zet. Jij mag daarna in de les gaan repareren wat er in een paar uur niet opgebouwd is. Je mag de kennislaag die er niet is alsnog gaan creëren, terwijl de leerling denkt dat hij het allemaal toch al “weet”. En dat is ongeveer even leuk als een lekke band proberen op te pompen met een fietspomp van de Action.

Het wordt tijd dat we toegeven dat theorie geen formaliteit is, maar fundament. Je kunt geen huis bouwen op een luchtkasteel, en je kunt geen veilige bestuurder worden op basis van ezelsbruggetjes en gokstrategieën. Theorie hoort tijd te kosten. Een brein moet het laten bezinken. Je moet verbanden snappen in plaats van antwoorden onthouden.

De turbo theorie is misschien efficiënt voor de agenda, maar funest voor het verkeer. En zolang we kennis reduceren tot een hindernis die je zo snel mogelijk moet omzeilen, blijft het aantal beginnersfouten op de weg eerder toenemen dan afnemen. Kun je niemand de schuld van geven – behalve de marketing van snelle pakketten en de gretigheid waarmee mensen ze slikken.


Hoofdstuk 4 – De F-bike en de bijbehorende gedragingen

De F-bike is het nieuwste probleemkind in het Nederlandse verkeer. Officieel heet het allemaal netjes “snelle elektrische fiets”, maar iedereen die er langer dan drie minuten naar gekeken heeft, weet beter: het is gewoon een lichte brommer in een fietsjasje. Een soort wolf in carbonvezel. Ze gaan harder, wegen meer, reageren anders, en toch worden ze in hetzelfde hokje gestopt als gewone fietsen. En dat wringt. Hard.

Het grote struikelpunt is dat bijna niemand die dingen behandelt zoals het hoort. Veel F-bike bestuurders gedragen zich alsof ze een soort VIP-status hebben: ze glijden langs auto’s, knallen over fietspaden met snelheden die niet helemaal meer onder “fietsen” vallen, en maken bochten alsof ze een MotoGP-kwalificatie rijden. Rood licht? Vaak slechts een kleur op de achtergrond. Hand uitsteken? Onbekend concept. En de helm? “Nee joh, staat niet bij m’n outfit.”

Het resultaat is precies wat je verwacht: gevaarlijke situaties die bijna routine worden. Auto’s die schrikken omdat er ineens een projectiel van 35 km/u opduikt. Scooters die ze vermijden alsof het loslopend wild is. Fietsers die worden ingehaald met een snelheid die zelfs in een file nog overdreven zou zijn. En ondertussen staan gemeenten te worstelen met de simpele vraag: wat is dit voertuig eigenlijk? Fiets? Bromfiets? Een experiment dat te snel de weg op mocht?

Voor handhaving is het ook een puinhoop. Formeel vallen ze onder één categorie, technisch onder een andere, en gedragsmatig onder een derde. Je kunt geen orde bewaren in een speelveld waarin niemand weet in welke competitie ze spelen. Politie ziet ze voorbij flitsen maar heeft geen duidelijke richtlijnen. Verzekeraars krabben zich achter de oren. SEH-afdelingen noteren weer een nieuwe patiënt met de inmiddels bekende combinatie: hoge snelheid, geen helm, glad wegdek.

De F-bike is daarmee een schoolvoorbeeld van moderne verkeersproblematiek: technologie sprint vooruit, maar het verstand van de gebruiker blijft achter. En zolang dat gat groeit, blijven de ongelukken dat ook doen.


Hoofdstuk 5 – Verkeersslachtoffers en het echte leed

Verkeersslachtoffers. Het is een onderwerp waar niemand graag over praat, behalve als er weer een persbericht verschijnt en iedereen braaf “schokkend” mompelt terwijl ze ondertussen de volgende notificatie lezen. Maar achter elke statistiek staat een mens. Een gezin. Een lege stoel aan een eettafel. En dat raakt harder dan welk getal je ook in een rapport kunt drukken.

De afgelopen jaren zien we het aantal ernstige verkeersslachtoffers niet dalen, maar juist stijgen. En dat is misschien wel het pijnlijkste bewijs dat ons verkeerssysteem kraakt, terwijl we collectief doen alsof het allemaal nog wel meevalt. Het grootste probleem is gedrag. Niet de infrastructuur, niet de auto, niet de technologie. Wij zelf. Onze haast, onze afleiding, onze neiging te denken dat “het mij toch niet overkomt”.

Slachtoffers ontstaan niet uit het niets. Het zijn momenten waarin één kleine fout—aandacht weg, snelheid te hoog, iemand anders verkeerd ingeschat—verandert in iets dat je nooit meer terugdraait. Voor de nabestaanden is het trauma iets dat jaren blijft hangen. Voor de veroorzaker vaak ook. Niemand wint. Niemand loopt hiervan weg zonder litteken.

Het wrange is dat veel ongelukken voorkomen hadden kunnen worden als iedereen één seconde meer nadenkt en één tik minder op zijn telefoon geeft. Maar dat klinkt simpel, en simpel verkoopt niet. Dus blijven we hangen in de reflex dat het verkeer vooral “veiliger moet worden gemaakt”… door anderen. De gemeente moet wat doen. De overheid moet wat doen. De politie moet handhaven. Maar het begint bij degene die achter het stuur zit of op de fiets stapt. En dat is een verantwoordelijkheid die veel mensen liever parkeren alsof het een extra boete is.

Alles bij elkaar vormt dit het harde, rauwe gezicht van verkeersveiligheid. Het is niet theoretisch, niet abstract. Het is menselijk leed dat gewoon doorgaat als we blijven doen wat we nu doen. En elk jaar dat we wegkijken, betalen anderen de prijs. Soms letterlijk met hun leven.


Hoofdstuk 6 – Educatie: de wil om veilig te rijden

Educatie is altijd één van de drie klassieke pijlers geweest van verkeersveiligheid, maar in de praktijk draait het tegenwoordig om iets nóg fundamentelers: de wil om veilig te rijden. En laten we eerlijk blijven, die wil is bij veel mensen ongeveer net zo stabiel als een fietser met een natte krant als spatbord. Iedereen zegt dat ze veilig rijden belangrijk vinden, maar zodra de dagelijkse druk toeslaat, verdwijnen die goede voornemens net zo snel als een richtingaanwijzer bij een BMW.

Het begint allemaal bij perceptie. Of beter gezegd: de verkeerde perceptie. Veel leerlingen denken dat de rijopleiding vooral gaat om vaardigheid. Koppeling op laten komen, richting aangeven, kijken, klaar. Maar de echte rijles begint niet bij de pedalen; die begint in je hoofd. Het gaat om snappen wat risico’s zijn, hoe situaties zich ontwikkelen, waarom verkeer geen roulette is waarin je hoopt dat anderen opletten. Een leerling die dat niet begrijpt, rijdt technisch misschien best aardig, maar mist het belangrijkste: inzicht.

Daar komt bij dat de buitenwereld zich er graag tegenaan bemoeit. Ouders, vrienden, ooms, tantes en natuurlijk de klassieke “oma die al 70 jaar rijdt en alles nog nooit fout gedaan heeft”. Iedereen heeft een mening over hoe je moet rijden, en die meningen vliegen de leerling om de oren alsof er een gratis meningen-marktkraam midden in de woonkamer staat. Resultaat: de leerling raakt in de war, denkt dat er meerdere waarheden zijn, en ondertussen mag de instructeur het allemaal weer rechtbreien.

Die druk van buitenaf doet meer schade dan mensen denken. Leerlingen voelen dat ze snel moeten gaan, dat ze “al lang hadden moeten schakelen”, dat ze “toch niet bang hoeven te zijn”. Het levert stress op, en stress is een garantie voor fouten. Een leerling die met spanning achter het stuur zit, leert niet. Die overleeft. En dat is precies het tegenovergestelde van wat je wil in een rijopleiding.

Daar komt nog eens bij dat veel leerdoelen simpelweg niet bekend zijn. Niet bij leerlingen, niet bij ouders, soms zelfs niet bij instructeurs die blijven hangen in het idee dat de opleiding van twintig jaar geleden nog steeds voldoende is. Moderne leerdoelen gaan over risicoperceptie, omgeving lezen, zelfreflectie, mentale belasting. Maar dat klinkt allemaal niet lekker als je graag in acht lessen wil slagen. Dus wordt het maar genegeerd. Met alle gevolgen van dien.

Educatie betekent niet simpelweg informatie overdragen. Het betekent mentale weerbaarheid opbouwen. Het betekent iemand leren omgaan met druk, met afleiding, met onzekerheid. Het betekent iemand leren dat veilig rijden altijd belangrijker is dan snel rijden. En het betekent dat de omgeving – inclusief die bemoeizuchtige familieleden – moet leren dat steun geven iets anders is dan onrealistische verwachtingen opleggen.

De rijopleiding is dus niet alleen een technische training. Het is gedragsvorming. Het is karakteropbouw. Het is leren zien wat anderen niet eens merken. En dat lukt alleen als iedereen meewerkt: de leerling, de instructeur én de omgeving. Doe je dat niet, dan blijft verkeer een loterij waar te veel mensen de hoofdprijs betalen.


Hoofdstuk 7 – Handhaving en Weginrichting: de andere twee E’s

Handhaving is de E waar iedereen een mening over heeft, meestal pas nadat ze een boete hebben gekregen. Dan ineens is handhaving “geldklopperij” of “ze hadden beter iemand anders moeten pakken”. Maar zonder stevige handhaving verandert er precies niks. Verkeersgedrag is net een hond: je kunt hem tien keer vriendelijk vragen om niet op de bank te springen, maar pas zodra je een duidelijke grens stelt, blijft hij beneden. De mens werkt niet heel anders.

We weten allang dat campagnes en educatie mooi zijn voor in beleidsnota’s, maar gedrag verandert pas echt als er consequenties zijn. Een flitser zorgt vaker voor remgedrag dan een hele billboardcampagne die je vriendelijk vraagt of je “erbij bent”. En controles op afleiding, snelheid en rijgedrag zijn geen luxe, maar noodzaak. Want zolang iedereen denkt dat ze overal mee wegkomen, blijft het verkeer een wedstrijdje “kijken hoever ik kan gaan”.

Het probleem is dat handhaving de laatste jaren hap-snap wordt ingezet. Af en toe een actie, af en toe een controle, en verder vooral hopen dat mensen het zelf wel doen. Maar verkeer werkt niet op hoop. Je hebt een structureel en zichtbaar systeem nodig. Geen politie die eens per maand opduikt, maar handhaving die voorspelbaar aanwezig is. Anders voelt het verkeer als een spel zonder scheidsrechter, en dat loopt nooit goed af.

Dan de derde E: weginrichting, of mooi gezegd, engineering. Dit is de E die mensen vaak pas waarderen als ze een rotonde binnenrijden die wél logisch ontworpen is. Want goede infrastructuur corrigeert gedrag zelfs zonder dat iemand het doorheeft. Een plateau remt je af. Een veilige oversteekplaats geeft overzicht. Heldere belijning zorgt voor rust. Een rotonde neemt een groot deel van de beslissingstress weg. Het zijn kleine ingrepen die gigantische effecten hebben.

Maar net als bij de andere E’s zit er een addertje onder het asfalt. Want de weg verandert langzamer dan de voertuigen en de verkeersdrukte. Je rijdt tegenwoordig met auto’s vol assistentiesystemen op wegen die ontworpen zijn toen een Twingo nog als vooruitstrevend werd gezien. We verwachten dat de infrastructuur elke verandering in gedrag opvangt, maar ondertussen blijft die infrastructuur tien jaar achter op de realiteit.

Daar komt nog iets bij: elke gemeente heeft z’n eigen interpretatie van “veilig”. De ene legt overal drempels neer alsof ze vrezen dat tanks door de wijk gaan rijden. De andere maakt fietspaden zo smal dat zelfs een normale fiets al claustrofobisch wordt, laat staan een e-bike of F-bike. En dan hebben we nog de eindeloze wirwar aan borden, paaltjes en markeringen die soms meer zorgt voor verwarring dan veiligheid.

Handhaving en engineering zijn dus geen losse elementen,


Hoofdstuk 8 – De Rijschoolbranche: eerlijk en onverbloemd

De rijschoolbranche speelt een cruciale rol in verkeersveiligheid, maar laten we eerlijk zijn: de sector is een mix van goede bedoelingen en gladde trucjes. Er zijn instructeurs die vakmanschap en veiligheid serieus nemen, maar er is ook een flinke groep cowboys die lesgeven alsof het een bijbaantje is, en een marketingmachine die de realiteit systematisch verdoezelt.

Het kokketeren met het aantal lessen en de constante claim “altijd in één keer geslaagd” is eerder toneelstuk dan waarheid. Slogans als “Wij zijn de beste van de 15.000 rijinstructeurs” klinken prachtig op de website, maar zijn oppervlakkig en bedoeld om de naïeve klant te verleiden. Precies wat sommige partijen willen: de leerling wordt een product, een onderdeel van het verdienmodel, niet een mens die veilig en goed voorbereid de weg op moet.

Marketing en show hebben de overhand genomen boven professionaliteit en inhoud. Leerlingen worden verkocht met cijfers en mooie beloftes, terwijl de kwaliteit van de les vaak ver achterblijft. Lage prijzen, snelle cursussen en opgeblazen statistieken trekken klanten aan, maar het echte resultaat is vaker stress, onvoldoende voorbereiding en een verhoogd risico op ongelukken.

Wie zijn vak serieus neemt, kan dit niet negeren. Eerlijk communiceren, kwaliteit leveren, vakmanschap tonen en verantwoordelijkheid nemen: dat is het enige wat telt. Alles daaronder schaadt niet alleen de reputatie van de sector, maar ook de veiligheid op de weg. De branche die kiest voor marketing boven inhoud, kiest in feite voor risico’s en slachtoffers.

Kortom: de rijschoolbranche staat op een kantelpunt. Wil je als sector respect behouden, vertrouwen opbouwen en écht bijdragen aan verkeersveiligheid? Dan is het tijd om te stoppen met het verkopen van illusies en de focus terug te leggen op waar het echt om gaat: leerlingen opleiden tot veilige, competente weggebruikers. Geen statistiek, geen marketingpraatje, maar echte vaardigheden en inzicht.


Einde / Slotbeschouwing

Verkeersveiligheid is geen theorie, geen campagne en geen marketingtruc. Het is een dagelijks gevecht met gedrag, techniek en omgeving. De rijopleiding verandert, instructeurs professionaliseren, en nieuwe voertuigen zoals de F-bike dwingen ons om onze grenzen opnieuw te verkennen. De turbo theorie mag snel zijn, maar veiligheid laat zich niet haasten.

We hebben gezien dat verkeersslachtoffers geen cijfers zijn, maar mensenlevens. Dat de drie E’s – educatie, handhaving en engineering – al decennia lang de fundamenten vormen van veiligheid, maar dat hun effect pas zichtbaar wordt als iedereen daadwerkelijk meewerkt. Het begint bij de wil om veilig te rijden, bij inzicht en discipline, bij verantwoordelijkheid die niet verschoven kan worden naar een ander.

En ja, de rijschoolbranche speelt hierin een cruciale rol. Het is een sector vol goede intenties, maar ook vol marketingpraatjes, cowboys, en schreeuwerige slagingspercentages die de realiteit verdoezelen. Wie als branche zijn vak serieus neemt, moet eerlijk zijn, kwaliteit leveren en professionaliteit tonen. Alles wat daaronder valt, schaadt niet alleen de reputatie, maar ook de veiligheid op de weg.

De boodschap is duidelijk: verkeersveiligheid is een collectieve verantwoordelijkheid. Iedereen die deelneemt aan het verkeer, iedereen die lesgeeft, iedereen die regels maakt of handhaaft, heeft een rol. Het is tijd dat we ophouden met afschuiven, tijd dat we stoppen met kijken naar gemakkelijke marketingoplossingen, en tijd dat we echt werken aan een weg waar leerlingen, F-bikers, automobilisten en ouderen veilig samen kunnen bewegen.

Want uiteindelijk draait alles om één simpele waarheid: veilig rijden is geen optie. Het is een verplichting. Voor jezelf, voor anderen, en voor de samenleving die elk ongeluk liever niet hoeft te tellen.