maandag 9 juni 2025

Rijles is geen Kunstje – Maar We Doen Alsof

De rijopleiding: een wake-upcall

Voor veel mensen is het halen van hun rijbewijs een van de grootste mijlpalen in het leven – na een huwelijk of de geboorte van een kind. Het is een statussymbool geworden. Je móét het halen. Want zonder rijbewijs sta je zogezegd ‘offside’. Maar wat als een leerling die urgentie helemaal niet voelt? Wat als er geen enkel besef is van het belang van dit leerproces?

Want een leerproces ís het. Of tenminste, dat zou het moeten zijn. Maar steeds vaker lijkt het alsof autorijden iets is wat je ‘even doet’. Een paar lesjes, en klaar. Leerlingen vragen elkaar na één les: “Hoeveel lessen heb jij al gehad?” Alsof dat iets zegt. Alsof er een vast getal is. En als instructeur moet je dan direct ingrijpen. Want hoeveel lessen iemand nodig heeft, weet je pas achteraf.

Toch blijven we ons vastklampen aan gemiddelden van het CBR, die vaak niets zeggen over de werkelijke leerweg. Ze zijn misplaatst. Ze geven een vals beeld en tonen een gebrek aan diepgang. Vraag een willekeurige examinator naar zijn ervaring, en je hoort iets heel anders: dat het gemiddelde niets zegt over het individu, en dat veel leerlingen gewoon niet goed zijn voorbereid. Het verschil tussen theorie en praktijk is soms schrijnend. En eerlijk gezegd: soms snap ik niet hoe we dit met droge ogen blijven verkopen.

We moeten professioneel in ons vak staan. Maar wat doen we in de praktijk? Leerlingen met een rugzak schuiven we door naar ‘de collega die daar beter mee om kan gaan’. Die is dan ‘professioneler’. En ondertussen zit die leerling met de druk: “Ik móét mijn rijbewijs halen.” Maar van wie eigenlijk? Van zichzelf? De ouders? De familie? De werkgever? De maatschappij? Dat ‘moeten’ drukt op de motivatie. En als die motivatie ontbreekt, begint zowel de leerling als de instructeur met een 1-0 achterstand.

Wie aan een rijopleiding begint, moet vaardig zijn in de theorie. Niet alleen het papiertje bezitten, maar echt kunnen toepassen. Want dat is de basis van veilig leren rijden. En als we eerlijk zijn, is de situatie vandaag de dag beschamend. Laat leerlingen tien goede verkeersvragen beantwoorden – gewoon op een A4’tje – en velen komen er niet uit. Terwijl ze een geldig theoriecertificaat op zak hebben. Dat is toch te gek voor woorden?

Rondom de rijopleiding is een markt ontstaan waarin misbruik wordt gemaakt van de onwetendheid van jonge mensen. Ze worden als onwetende prooien het systeem in getrokken – door slimme verdienmodellen, zelfbedachte waarheden en een gebrek aan transparantie. En niemand grijpt in. We vinden het blijkbaar allemaal wel best. Er is een subwereld ontstaan binnen de rijopleiding. Een wereld waar de directeur van vandaag morgen weer is vervangen door een nieuw gezicht. Maar verandert er iets wezenlijks? Of krijgen we weer een onderzoekscommissie die adviezen geeft die we allang kennen?

We poetsen de buitenkant op voor de show. Maar als je de gipsplaten weghaalt, zie je het echte probleem. En dat is groot. Misschien zelfs onoplosbaar. Want zolang we blijven vertrouwen op trucjes – in marketing, in het lesaanbod, in het hele systeem – verandert er niets.

En dan de politiek. Mijn oprechte vraag is: begrijpen ze het wel echt? Weten beleidsmakers werkelijk hoe de rijschoolbranche in elkaar steekt? Want zij worden grotendeels geïnformeerd door de branche zelf – en daar schuilt een serieus risico. Want hoe transparant is die informatie? Hoe overzichtelijk is het speelveld écht voor wie er van buiten naar kijkt?

Verkeersveiligheid zou de kern moeten zijn. Transparantie zou vanzelfsprekend moeten zijn. Maar wat als dat fundament al niet klopt? Wat als het al jaren aangetast is – als een bacterie in het beton? Dan is alles wat erop gebouwd wordt per definitie instabiel. Het begint dus bij de basis. Het boek, de blauwdruk van de rijopleiding, moet kloppen. Niet alleen voor de verkeersveiligheid, maar ook voor de instructeur én – vooral – voor de beginnende bestuurder.

De vraag is: hoe brengen we dat beeld over? Hoe maak je beleidsmakers duidelijk wat er werkelijk speelt, als de eerste laag al niet zuiver is? Als de façade gepolijst is, maar erachter iets anders schuilgaat? Dáár ligt de uitdaging. En misschien ook wel de sleutel.

Er wordt vaak gesproken over de cowboys in de rijschoolbranche – en eerlijk gezegd, ik snap waar dat vandaan komt. Maar die term dekt de lading niet volledig. Die cowboys ontstaan niet uit het niets; ze zijn het gevolg van een structurele tekortkoming in de kwaliteit van instructeurs. Daar zit het knelpunt. De instroom moet anders, strenger, professioneler. Maar ook dát proces zit muurvast in een log, stroef systeem. Er moeten nieuwe pijlers bij. Het fundament moet steviger. En dat begint bij de opleiding van de instructeur. Pas dan kunnen we duidelijke en duurzame kwaliteit leveren, zonder elke vijf jaar opnieuw een toneelstukje op te voeren om te laten zien dat we 'bekwaam' zijn. Want ja – ook de instructeur speelt tegenwoordig toneel.

En dan nog de onprofessionele praktijk. We kunnen onszelf wel profileren als vakmensen, maar zodra we het CBR-examenlokaal binnenstappen, zetten we een masker op. De werkelijkheid? Lesauto's met meerdere borden in de kofferbak om meer ritten te kunnen draaien. Examenleerlingen die worden aangemeld onder een ander rijschoolnummer. Slecht onderhouden voertuigen. Bromfietsopleidingen die via internet zijn geboekt, waarbij de instructeur letterlijk van de andere kant van het land moet komen. En dan rijdt die instructeur op een blauwe snorfiets die halfbakken achter zijn leerling aan hobbelt. Hoe bedoel je 'verdienmodel'? Alles mag. Alles kan. En niemand die ingrijpt. De louche realiteit wordt genormaliseerd. Maar wie betaalt uiteindelijk de prijs?

En nog iets. Misschien is het tijd dat we stoppen met het romantiseren van het rijbewijs. Alsof het een soort magische toegangspas is tot volwassenheid. De realiteit is dat je als beginnend bestuurder verantwoordelijk bent voor je eigen leven én dat van anderen. Een slecht fundament, een gebrekkige opleiding, een opgedrongen motivatie – dat zijn geen kleinigheden. Dat zijn risico’s. En die risico’s rijden dagelijks rond op onze wegen. Het is geen spelletje. Het is geen verdienmodel. Het is verkeer.

woensdag 4 juni 2025

Zijn wij wel professioneel genoeg? Of wordt dat slechts gesuggereerd?



Recent heeft het CBR een nieuwe passage toegevoegd aan het vademecum, met als titel: “Maatwerk voor de kandidaat: professionele doorverwijzing.” De boodschap lijkt duidelijk: wees als rijschool eerlijk genoeg om een leerling door te verwijzen als je zelf niet kunt voorzien in diens specifieke behoefte. Bijvoorbeeld bij een leerling met een leerstoornis, fysieke beperking of iemand die beter tot zijn recht komt in een automaat.

Op zich valt daar weinig op af te dingen. Het belang van de leerling moet voorop staan. Maar de manier waarop het verwoord is, roept bij mij toch vragen op. Want eerlijk gezegd: het voelt alsof er een suggestie in zit. Een zweem van: “Misschien zijn jullie niet allemaal professioneel genoeg.”

En dát schuurt.

Want laat één ding duidelijk zijn: zonder geduld en maatwerk kun je in dit vak niks beginnen. We werken dagelijks met jonge mensen (en soms ook ouderen) die allemaal anders leren, anders reageren, en op hun eigen manier omgaan met angst, spanning, druk en motivatie. Daar heb je geen draaiboek voor. Daar heb je mensenkennis voor nodig – en geduld, veel geduld.

Sommige leerlingen hebben moeite met schakelen. Betekent dat meteen dat je moet adviseren om automaat te rijden? Nee. Dat vraagt begeleiding, aandacht, tijd. Maar ik zie het ook gebeuren: na twee lessen wordt er soms al een stempel gedrukt. Is dat pedagogisch verantwoord, of speelt er dan iets anders mee? Tijd? Geld? Commercieel belang? Dat soort vragen moeten we wél durven stellen. Niet alleen aan elkaar, maar ook aan onszelf.

Tegelijkertijd: leerlingen met een fysieke beperking verdienen inderdaad gespecialiseerde begeleiding – zoals handgas, aangepaste stoelen, enzovoort. En ja, daar zijn speciale rijscholen voor. Maar laten we alsjeblieft niet doen alsof dit een nieuw inzicht is. Veel instructeurs verwijzen al jarenlang door als de situatie daarom vraagt. Niet uit zwakte, maar uit zorg en vakmanschap.

Wat mij vooral stoort is de impliciete boodschap dat we onszelf moeten bewijzen als ‘professioneel’. Alsof examenresultaten of de snelheid van opleiden de maatstaf zijn. Maar rijinstructie is géén fabriek. Het leerproces is grillig, emotioneel en menselijk. Geen leerling is gemiddeld. Dus waarom blijven we dan steeds praten over gemiddelden?

En wat te denken van sociale druk? Leerlingen die moeten lessen “van hun ouders”. Meisjes die onzeker zijn en onder druk staan. Jongens die zich anders voordoen dan ze zijn. Daar is geen “protocol” voor. Daar heb je gevoel voor nodig. En begeleiding, zonder prestatiedruk.

We moeten dus waken voor een versmalling van het begrip professionaliteit. Want: is iemand professioneel als hij binnen 35 lessen klaarstoomt voor het examen? Of is iemand professioneel die 55 lessen nodig heeft om een fragiele leerling zelfvertrouwen en verkeersinzicht te geven?

Misschien zit de werkelijke professionaliteit wel juist in dat laatste. In het onzichtbare werk dat niet in cijfers of gemiddelden past.