dinsdag 12 mei 2026

Wanneer falen niet meer mag



Je hoort het steeds vaker in het nieuws. Jongeren hebben moeite met begrijpend lezen, rekenen en schrijven. Maar eerlijk gezegd hoef je daar niet eens onderzoeken voor te lezen. Als je met jongeren werkt, zie je het gewoon gebeuren.

In de rijopleiding merk je dat dagelijks. Formulieren die nauwelijks leesbaar zijn ingevuld. Leerlingen die moeite hebben met het begrijpen van een vraag of een verkeerssituatie. Soms moet je iets drie of vier keer uitleggen voordat het landt. Niet omdat ze dom zijn, helemaal niet zelfs. Maar omdat er ergens iets aan het verschuiven is.

En eigenlijk begint dat al veel eerder.

Zelfstandig fietsen in groep 7 of 8 is tegenwoordig ook niet meer vanzelfsprekend. Dat blijft toch bizar als je daar goed over nadenkt. Kinderen die moeite hebben met een fietsexamen. Terwijl verkeer vroeger juist iets was wat je spelenderwijs leerde buiten op straat. Nu groeien veel kinderen op achter schermen in plaats van op een fiets.

En ondertussen leggen we de lat steeds hoger.


Alles moet tegenwoordig snel. Alles moet perfect. Alles moet in één keer goed zijn. School, theorie-examen, rijexamen… het liefst allemaal zonder fouten. Want als je in één keer slaagt, dan ben je “goed bezig”. Dan hoor je erbij. Dan mag de vlag uit, de foto online en de felicitaties komen binnen.

Ook rijscholen doen daar soms aan mee. Slagingspercentages zijn bijna reclameborden geworden. Het moet allemaal binnen gemiddeld 35 lesuren, want “uit onderzoeken blijkt dat”. Alsof iedere leerling hetzelfde is. Alsof mensen machines zijn die je volgens een standaardprogramma kunt afleveren.

Maar zo werkt het leven niet.
Zo werkt verkeer niet.
Zo werkt een mens niet.

De één heeft minder lessen nodig.
De ander meer.
En dat zou eigenlijk helemaal niks uit moeten maken.

Laatst zag ik iets bij het CBR wat me echt raakte.

Ouders stonden te wachten op hun zoon die terugkwam van zijn rijexamen. Helaas gezakt. Volgens mij al voor de tweede keer. En nog voordat die jongen goed en wel uitgestapt was, begon de instructeur in het openbaar uit te leggen wat er allemaal fout gegaan was.

Gewoon waar iedereen bij stond.

Ik voelde gewoon plaatsvervangende schaamte.

De moeder reageerde direct fel:
“Waarom ben je gezakt?”
“Waarom doe je dat fout?”

Die jongen stond daar zichtbaar ongemakkelijk. Een beetje zichzelf verdedigen, een beetje excuses zoeken, een beetje proberen zichzelf overeind te houden. De vader leek nog het meest rustig van allemaal.

En ik dacht alleen maar:
wat moet er op zo’n moment door zo’n jongen heen gaan?

Want tegenwoordig voelt zakken bijna alsof je als mens hebt gefaald. Dat is het erge geworden. Niet het examen zelf, maar alles wat eraan vast hangt. De verwachtingen. De druk. Het gevoel dat je moet presteren om goed genoeg te zijn.

En eerlijk… je ziet steeds vaker dat jongeren daar mentaal last van hebben.

Je ziet beschadigde armen.
Littekens op benen.
Zelfbeschadiging.

En dat grijpt je aan. Want achter dat gedrag zit vaak een enorme berg spanning, verdriet, onzekerheid of leegte waar mensen vaak veel te makkelijk overheen kijken.

Wij volwassenen roepen ondertussen vooral dat jongeren harder moeten werken, meer discipline moeten hebben en minder op hun telefoon moeten zitten. Maar misschien moeten we ook eens eerlijk kijken naar de wereld die wij zelf hebben gebouwd.

Een wereld waarin alles zichtbaar moet zijn.
Alles meetbaar moet zijn.
Alles een prestatie moet worden.

Misschien zijn we jongeren langzaam aan het leren dat hun waarde afhangt van cijfers, diploma’s, slagingspercentages en likes.

Terwijl het echte leven daar helemaal niet om draait.

Het echte leven draait er juist om dat iemand leert omgaan met spanning. Met fouten. Met teleurstellingen. Met opnieuw opstaan als iets mislukt.

En misschien zijn we precies dát een beetje kwijtgeraakt.