zondag 30 november 2025

Rijscholen, fatbikes en een mes: waarom onze branche kraakt

Opinie: Verkeersongevallen komen niet uit de lucht vallen — ze komen uit een lek systeem

Er wordt vaak gezegd dat verkeersongevallen “gewoon ongelukjes” zijn.
Alsof het hagel is: het valt waar het valt.
Maar na 23 jaar lesgeven zie ik iets anders.
Er is een koppeling tussen educatie en ongevallen.
Sterker nog: die koppeling ligt zó open en bloot dat je je afvraagt waarom niemand ‘m lijkt te zien.

Want welke verkeerseducatie hebben jongeren nou eigenlijk gehad?
Ja, het fietsexamen in groep 7. En dat was het dan wel.
Daarna begint een stilte van vijf jaar waarin letterlijk niets gebeurt.
Geen verkeerslessen, geen vorming, geen bewustwording.
In die jaren ontwikkelen ze alles — puberteit, hersenen, gedrag — behalve verkeersinzicht.
En dat is precies waar het spaak loopt.

De brommerleerlingen: snelle filmpjes, nul fundament

Negentig procent, misschien meer, leert de brommertheorie via YouTube-achtige filmpjes en ochtendsessies waar je met slaperige ogen wordt volgegooid met plaatjes en ezelsbruggetjes.
Geen vorming, geen inzicht, alleen trucjes.
En dan komen ze bij jou voor de praktijk.

Je doet een check:
“Vertel dit eens in je eigen woorden.”
Als dat lukt, mag je door.
Als het niet lukt, beginnen we niet eens.
Zo simpel.
Maar waarom moet een rijinstructeur op dag één überhaupt de rol van theoriedocent overnemen?
Omdat het systeem het laat liggen.

De autoleerlingen: theoriekennis op 0, maar blijkbaar is dat prima

Bij de auto is het nog duidelijker: de meeste leerlingen beginnen zonder één greintje theoriekennis.
En dan komt automatisch die vraag:
Moet je je theorie al hebben?

Voor sommigen: absoluut ja.
Voor anderen: absoluut niet.
Maar in het huidige systeem wordt “theorie in bezit hebben” gelijkgesteld aan: je bent bij het CBR geweest.
Klaar.
Maar dat zegt niets over begrip.

Theorie is geen sticker die je plakt.
Het is een bouwsteen.
In kleine delen, passend bij de fase waarin de leerling zit, krijg je veel meer verbinding, veel meer inzicht en vooral: een verkeershouding die niet alleen examen-proof is, maar leven-proof.

Turbo-theorie: het verdienmodel regeert

En dan komen we bij het circus dat “turbo-theorie” heet.
Papa en mama zetten je om 06.45 af, je schuift een zaaltje in, schouder aan schouder met vijftig anderen.
07.00 start de show: foto’s, beamers, opdreunen, meeschreeuwen, stampen.
Alles om maar te slagen.

Niets om te begrijpen.

Lieve ouders: zouden jullie zelf slagen als je zo’n training doet? Nee.
Honderd procent kans dat je zakt.
Niet omdat je dom bent, maar omdat dit hele systeem is gekrompen tot een trucjescultuur.
De theorie is verworden tot een hindernis op weg naar het praktijkexamen.
Meer niet. En dat ondermijnt de verkeersveiligheid. Elke.Dag.

De ethiek van de rijopleiding is zoek

En als klap op de vuurpijl worden we doodgegooid met TikToks, reels en filmpjes waarbij instructeurs zichzelf opvoeren als een soort verkeersgoeroe.
Kijk mij eens reageren.
Kijk mij eens gelijk hebben.
Kijk mij eens belangrijk zijn.

De leerling maakt een fout?
Top, weer een item.
Weer content.
Weer bereik.

Maar wat draagt dit bij?
Niets. Het is show.
Het is gevolg van marketingdruk.
En het is gênant.
De leerling wordt een karikatuur — falend, stuntelend — maar “wel gezellig”, zeggen ze dan.
We lachen alles weg. Het is makkelijker dan verantwoordelijkheid nemen.

De praktijk: 41 uur discussie die nergens over gaat
Elke leerling leert anders.
Tempo verschilt, stijl verschilt, inzicht verschilt.
Maar toch blijft de hele branche hangen in dat ene getal: 41 uur.
Tot stand gekomen door een enquête; geen wetenschap, geen natuurwet.

Niemand vraagt zich af hoeveel uur je nodig had voor biologie.
Niemand vergelijkt met elkaar op school.
Alleen in de rijschoolwereld wel.
Maar waarom?
Omdat iedereen framen lekker makkelijk vindt.
De leerling, de rijschool, de ouders, de markt.

Iedere instructeur heeft zijn eigen stijl — en dat mag Gelukkig zijn er heel veel goede instructeurs.
Mensen met de juiste intentie, de juiste houding, en een passie voor veiligheid.
Maar er is ook een grote groep die het vak totaal anders invult.
Soms louche, soms chaotisch, soms marketing boven kwaliteit, soms franchise boven vakmanschap.
En het mag allemaal, want er is geen rem.
Alles is te koop, alles is welkom, alles kan onder de vlag van “de klant wil het”.

De lesprijs, de eerlijke boterham en de beschadigde branche

En ja, die lesprijs. Altijd een gevoelig ding.
Want: wat doet de concurrent? Wat durven we te vragen? Wat zit er inbegrepen?

Maar laten we eerlijk zijn — écht eerlijk:
de branche is beschadigd.
Kijk naar dat recente incident: twee instructeurs met ruzie, één trekt een mes.
Een collega zei het perfect:

“Dít is waarom onze branche zo’n deuk in de ziel heeft.”

En hij heeft gelijk.
Als de prijzen structureel te laag blijven, komen mensen in een overlevingsstand terecht.
En een sector in overlevingsstand gaat raar gedrag vertonen.
Onderbieden. Stunten. Afgunst. Onprofessioneel gedrag. En ja… soms zelfs een mes.

Een eerlijke lesprijs is geen luxe.
Het is geen champagne.
Het is simpelweg wat nodig is om normaal, professioneel en volwassen te kunnen werken — in een vak waar veiligheid centraal zou moeten staan.

En dan — terwijl ik dit schrijf — het nieuwsbericht Een 20-jarige bestuurder is overleden bij een ongeval.
Twintig. Een heel leven voor zich.

En dat raakt me.
Als instructeur.
En als vader.

Conclusie: we laten vijf jaar liggen — met dodelijke gevolgen

Wil je de verkeersveiligheid écht verbeteren?
Begin dan in die vijf stille jaren waar nu niets gebeurt.
Daar ontstaan de gaten.
Daar ontstaat het gedrag.
Daar ontstaat de cultuur.

De rijschool vult het gat nog enigszins op, maar veel te laat en met veel te weinig steun.
Zolang we educatie zien als “iets dat later wel komt”, blijven we dweilen met de kraan wijd open.

En zolang turbo-theorie, marketingcircussen en prijsstunten de norm blijven, houd je een branche die aan elkaar hangt van ducttape, goede bedoelingen en hoop.

We kunnen beter. Het verkeer verdient beter.
En onze kinderen verdienen beter.

zaterdag 15 november 2025

Rijles is geen fastfood: tijd om de leerling weer mens te maken

Opinie: De Nederlandse rijbewijsleerling is geen klant – maar een mens in vorming

We moeten het beestje eindelijk eens bij de naam noemen: het Nederlandse rijonderwijs is ontaard in een fast-foodmodel. Snel, makkelijk, geen gedoe. Theorie in vier uurtjes erin pompen, door naar het examen, afrijden, diploma, klaar. De branche draait op snelheid, marketing, en het geruststellende mantra: “in één keer slagen is normaal.”
Was het maar waar.

Intussen zien we wekelijks de realiteit langs de berm liggen. Auto’s vol jonge mensen die dachten dat ze onsterfelijk waren. Aanrijdingen tegen bomen, palen, geparkeerde voertuigen. Keer op keer blijkt hetzelfde: een jong lijf is geen pantser. Een zijdelingse impact scheurt je van binnen kapot. Interne bloedingen zijn sneller dan elke ambulance. En toch duurt het geen vijf minuten voor de volgende leerling op TikTok pronkt met een theoriecertificaat dat hij “even haalde”.

Het probleem is niet domheid. Het probleem is afwezig bewustzijn.
We kweken leerlingen die:
zich voortdurend vergelijken met anderen,
worden gepamperd door ouders én instructeurs,
geen enkele risicoperceptie hebben,
en niet worden opgeleid maar aangeleverd.

Ze zitten in een vacuüm waarin framing belangrijker is dan vorming.
Het rijbewijs is niet langer een verantwoordelijkheid — het is een product.
En wie een product wil verkopen, belooft gemak.

De cowboys in de branche varen er wel bij.
Ouders willen snel? Check.
Leerling wil makkelijk? Check.
CBR wil doorstroming? Check.
Dus rollen de gelikte filmpjes van de band, interviews met zogenaamd geslaagde leerlingen, en glanzende slogans over “altijd in één keer slagen.”
Maak je geen zorgen: de nieuwe generatie cowboys draagt geen trainingspak meer, maar een strak gesneden colbert en een leaseauto met glimmende velgen. Marketing boven vakmanschap.

Maar laten we eens ophouden met deze oppervlakkigheid.
Rijonderwijs moet wéér gaan over het mens worden in het verkeer. Over bewustzijn. Over inzicht. Over snappen wat er gebeurt met een lichaam bij 35 km/u tegen een stilstaand object. Over wat je doet als iemand bekneld zit. Over verantwoordelijkheid nemen voor jezelf én anderen.

Daarom moet het terug: klassikaal onderwijs. Niet omdat vroeger alles beter was, maar omdat kinderen pas leren reflecteren als ze elkaar zien, horen, bevragen. Geef ze casussen. Laat ze samen een trauma-opdracht oplossen. Laat ze twijfelen, denken, discussiëren. Dáár ontstaat vorming.

Het rijbewijs moet uit het “turbo”-segment.
Geen pamperen meer.
Geen shortcuts.
Geen illusie dat je onbreekbaar bent.

We zouden de rijbewijsleerling weer moeten behandelen zoals hij werkelijk is:
geen klant, maar een mens in ontwikkeling die we de weg op sturen tussen vrachtwagens, slaperige forenzen, en de keiharde natuurwetten van bewegende massa’s.

Als we dat niet doen?
Dan blijven we de gevolgen terugvinden in de berm.
En dan zijn niet de leerlingen het probleem — maar wij, de volwassenen die beter zouden moeten weten.

maandag 10 november 2025

“We zijn de grens allang voorbij — het rijonderwijs is aan het veranderen in een sketch.”

Van Rijles naar Reel — en de Turbo-ondergang van het Vak

De ene na de andere rijinstructeur duikt op in mijn tijdlijn. Filmpjes, reels, TikToks — overal wijsheden, tips en “geheimen” van het vak. Je zou bijna denken dat de hele rijschoolwereld een toneelopleiding heeft gevolgd. De plaatsvervangende schaamte begint structureel te worden.

Het gaat allang niet meer om kennis of kunde, maar om views en volgers. “Top 5 examentips!” “De meest voorkomende fouten!” — wat een open deuren. Wat komt hierna? Een video waarin we trots melden dat we onze handen wassen na het plassen, want dat schijnt tegenwoordig ook zeldzaam te zijn.

Steeds vaker wordt het CBR erbij gesleept als de grote boeman: “Het CBR wil dit, het CBR wil dat”. Alsof het een gemene club is die z’n vrije tijd besteedt aan het dwarszitten van kandidaten. Het verkoopt lekker, maar het verloedert de geloofwaardigheid van het beroep.

En dan hebben we nog de turbotheorie — de kers op de fastfoodtaart. In één dag alles leren, alles begrijpen en hop, naar het examen. Theoriekennis als instantnoedels. Geen tijd voor inzicht of verdieping, want de volgende leerling wacht alweer in de wachtruimte met een blikje energydrank en nul concentratie.

En dan heb je die filmpjes waarin iemand zogenaamd een leerling “interviewt” voor het CBR-theoriecentrum. Of het in scène is gezet of niet, maakt geen moer uit. De leerling “bekent” dat ze vijf keer is gezakt — “Het CBR pakt m’n geld!” — en de interviewer knikt begrijpend, om vervolgens te beloven dat je bij hem wél gaat slagen. Alsof hij de Messias van het rijonderwijs is. Gouden bergen in ruil voor goedgelovigheid. Jongens, waar gaat dit heen?

De maatschappij verandert, dat klopt. Maar laten we hopen dat het leren autorijden — en de bijbehorende theorieskills — dicht bij het origineel blijven. Dat het vak niet wegzakt in een onomkeerbaar proces van fictie, filters en holle frasen. Want autorijden leer je niet door te kijken. Je leert het door te begrijpen.