dinsdag 12 mei 2026

Wanneer falen niet meer mag



Je hoort het steeds vaker in het nieuws. Jongeren hebben moeite met begrijpend lezen, rekenen en schrijven. Maar eerlijk gezegd hoef je daar niet eens onderzoeken voor te lezen. Als je met jongeren werkt, zie je het gewoon gebeuren.

In de rijopleiding merk je dat dagelijks. Formulieren die nauwelijks leesbaar zijn ingevuld. Leerlingen die moeite hebben met het begrijpen van een vraag of een verkeerssituatie. Soms moet je iets drie of vier keer uitleggen voordat het landt. Niet omdat ze dom zijn, helemaal niet zelfs. Maar omdat er ergens iets aan het verschuiven is.

En eigenlijk begint dat al veel eerder.

Zelfstandig fietsen in groep 7 of 8 is tegenwoordig ook niet meer vanzelfsprekend. Dat blijft toch bizar als je daar goed over nadenkt. Kinderen die moeite hebben met een fietsexamen. Terwijl verkeer vroeger juist iets was wat je spelenderwijs leerde buiten op straat. Nu groeien veel kinderen op achter schermen in plaats van op een fiets.

En ondertussen leggen we de lat steeds hoger.


Alles moet tegenwoordig snel. Alles moet perfect. Alles moet in één keer goed zijn. School, theorie-examen, rijexamen… het liefst allemaal zonder fouten. Want als je in één keer slaagt, dan ben je “goed bezig”. Dan hoor je erbij. Dan mag de vlag uit, de foto online en de felicitaties komen binnen.

Ook rijscholen doen daar soms aan mee. Slagingspercentages zijn bijna reclameborden geworden. Het moet allemaal binnen gemiddeld 35 lesuren, want “uit onderzoeken blijkt dat”. Alsof iedere leerling hetzelfde is. Alsof mensen machines zijn die je volgens een standaardprogramma kunt afleveren.

Maar zo werkt het leven niet.
Zo werkt verkeer niet.
Zo werkt een mens niet.

De één heeft minder lessen nodig.
De ander meer.
En dat zou eigenlijk helemaal niks uit moeten maken.

Laatst zag ik iets bij het CBR wat me echt raakte.

Ouders stonden te wachten op hun zoon die terugkwam van zijn rijexamen. Helaas gezakt. Volgens mij al voor de tweede keer. En nog voordat die jongen goed en wel uitgestapt was, begon de instructeur in het openbaar uit te leggen wat er allemaal fout gegaan was.

Gewoon waar iedereen bij stond.

Ik voelde gewoon plaatsvervangende schaamte.

De moeder reageerde direct fel:
“Waarom ben je gezakt?”
“Waarom doe je dat fout?”

Die jongen stond daar zichtbaar ongemakkelijk. Een beetje zichzelf verdedigen, een beetje excuses zoeken, een beetje proberen zichzelf overeind te houden. De vader leek nog het meest rustig van allemaal.

En ik dacht alleen maar:
wat moet er op zo’n moment door zo’n jongen heen gaan?

Want tegenwoordig voelt zakken bijna alsof je als mens hebt gefaald. Dat is het erge geworden. Niet het examen zelf, maar alles wat eraan vast hangt. De verwachtingen. De druk. Het gevoel dat je moet presteren om goed genoeg te zijn.

En eerlijk… je ziet steeds vaker dat jongeren daar mentaal last van hebben.

Je ziet beschadigde armen.
Littekens op benen.
Zelfbeschadiging.

En dat grijpt je aan. Want achter dat gedrag zit vaak een enorme berg spanning, verdriet, onzekerheid of leegte waar mensen vaak veel te makkelijk overheen kijken.

Wij volwassenen roepen ondertussen vooral dat jongeren harder moeten werken, meer discipline moeten hebben en minder op hun telefoon moeten zitten. Maar misschien moeten we ook eens eerlijk kijken naar de wereld die wij zelf hebben gebouwd.

Een wereld waarin alles zichtbaar moet zijn.
Alles meetbaar moet zijn.
Alles een prestatie moet worden.

Misschien zijn we jongeren langzaam aan het leren dat hun waarde afhangt van cijfers, diploma’s, slagingspercentages en likes.

Terwijl het echte leven daar helemaal niet om draait.

Het echte leven draait er juist om dat iemand leert omgaan met spanning. Met fouten. Met teleurstellingen. Met opnieuw opstaan als iets mislukt.

En misschien zijn we precies dát een beetje kwijtgeraakt.

zondag 5 april 2026

“Klikken, slagen, vergeten”

 Theorie: waar staan we eigenlijk nog?

Theorie. Voor de één iets waar hij fluitend doorheen loopt, voor de ander een complete uitputtingsslag. Dat verschil is van alle tijden, daar zit het probleem niet. Het probleem is dat we onderweg iets zijn kwijtgeraakt. Niet een beetje, maar fundamenteel.

We zijn gestopt met leren.

Vroeger pakte je een boek. Je las, je probeerde te begrijpen, je maakte vragen en ging weer terug als je iets niet snapte. Het was geen feest, maar het werkte. Theorie was geen los dingetje; het was onderdeel van het worden van een bestuurder. Je bouwde iets op. Stap voor stap.

Nu lijkt het alsof dat hele proces is ingeruild voor één simpele vraag: “Wat moet ik kennen om te slagen?” Niet begrijpen, maar herkennen. Niet nadenken, maar aanklikken. En laten we eerlijk zijn: daar is de markt perfect op ingesprongen. Snelle cursussen, slimme trucjes, systemen die je trainen om patronen te zien in plaats van situaties te doorgronden. Alles gericht op hetzelfde doel: zo snel mogelijk dat papiertje binnenhalen.

Op papier klinkt dat efficiënt. In de praktijk zie je de rekening pas later.

Want iemand die slaagt op herkenning, staat in het echte verkeer ineens alleen. Geen meerkeuzevragen, geen hints, geen herhaling van exact dezelfde situatie. Alleen een continu veranderende omgeving waarin je moet inschatten, vooruitdenken en verbanden leggen. En juist dat ontbreekt steeds vaker. Leerlingen kijken, maar zien niet. Ze reageren, maar begrijpen niet waarom.

Theorie is daarmee verschoven van fundament naar bijzaak. Iets wat je “even doet” voordat het echte werk begint. Terwijl het in werkelijkheid precies andersom hoort te zijn. Zonder goed begrip van de regels en de logica erachter, blijft rijden een soort trial-and-error. Dat merk je in de auto: twijfel, gebrek aan overzicht, geen structuur in het handelen. Alles voelt nieuw, elke keer weer.

Het is verleidelijk om dat volledig bij de leerling neer te leggen. Gebrek aan motivatie, korte spanningsboog, geen zin om moeite te doen. Daar zit zeker een kern van waarheid in, maar het is te makkelijk. We hebben zelf een systeem gebouwd waarin snelheid wordt beloond en diepgang nauwelijks nog een rol speelt. Waar slagen belangrijker is geworden dan snappen. En als je dat jarenlang voedt, moet je niet raar opkijken dat leerlingen zich daarnaar gaan gedragen.

En dus komen we op een ongemakkelijke conclusie. We leiden mensen op die hun theorie halen, hun rijbewijs halen, en vervolgens het verkeer ingaan zonder dat ze het echt kunnen lezen. Dat is geen detail, dat is de basis. Verkeer is geen trucje dat je even toepast; het is een systeem dat je moet begrijpen.

Waar staan we dan?

Op een punt waar het eindresultaat — een geslaagde kandidaat — niet meer automatisch betekent dat iemand klaar is voor het verkeer. Waar opleiden en laten slagen langzaam uit elkaar zijn gegroeid.

De oplossing zit niet in nóg snellere methodes of nóg slimmere trucjes. Die hebben we inmiddels wel gehad. Het zit in het herstellen van de balans. Theorie en praktijk moeten weer met elkaar praten. Begrippen moeten niet alleen benoemd worden, maar uitgelegd en toegepast. Leerlingen moeten weer leren om fouten te analyseren in plaats van ze te omzeilen.

Dat vraagt iets van de instructeur, maar vooral ook van de leerling. Want uiteindelijk kun je alles aanbieden, maar zonder inzet gebeurt er niets. En daar zit misschien wel de kern van het hele verhaal.

We willen het snel, makkelijk en zonder gedoe.

Maar verkeer werkt zo niet.
Je kunt slagen met trucjes.

Maar je redt het alleen met inzicht.

Dus nog één keer die vraag, en die is serieuzer dan hij klinkt:

Waar staan we eigenlijk nog?

zaterdag 10 januari 2026

Vijf voor twaalf voor de rijschoolbranche

Het bewijs ligt open en bloot op TikTok en in Reels. De rijschoolbranche zet zichzelf structureel te kakken. Niet per ongeluk. Niet incidenteel. Bewust. Want bereik verkoopt beter dan vakmanschap.

Ik herken mijn vak nauwelijks meer. De kern is eruit gesloopt en ingeruild voor entertainment. Wat vroeger opleiding was, is nu content. Wat uitleg was, is een format geworden. Wat vakinhoud was, is nu ruis met ondertiteling en een muziekje eronder. Dit is geen ontwikkeling. Dit is uitholling.

Leerlingen zijn verworden tot grondstof. Tot decor. Tot clickbait. Hun fouten, spanning en onzekerheid worden ingezet voor footage. Niet om hen beter te maken, maar om views te trekken. Wie dat verdedigt met “ze vinden het leuk” liegt zichzelf iets voor. Dat heet een machtsverhouding. En die wordt schaamteloos uitgebuit.


De theorie is ondertussen volledig gedegradeerd. Begrip is vervangen door trucjes. Inzicht door herkenning. “Zo stelt het CBR de vraag.” Alsof het CBR een tegenstander is die je moet slim af zijn. De vraagstelling wordt niet meer gebruikt om kennis te verdiepen, maar om het systeem te hacken. Geraffineerd, efficiënt en perfect passend binnen een verdienmodel waarin snelheid belangrijker is dan veiligheid.

En laten we ophouden met doen alsof dit alleen “de markt” is.

Wij doen hier zelf aan mee.
Instructeurs. Opleiders. Platforms. Het hele circus.

We trainen mensen niet meer om te rijden, maar om te slagen. We leveren geen bestuurders af, maar kandidaten. Mensen die weten wat ze moeten doen zolang iemand meekijkt, maar niet waarom. En zodra het toezicht wegvalt, valt het gedrag weg. Dat is geen toeval. Dat is het directe resultaat van deze aanpak.

Autorijden is geen kunstje.
Geen checklist.
Geen format.

Het is realtime risicomanagement met anderen die óók fouten maken. Wie dat reduceert tot trucjes is niet modern, niet innovatief en niet slim — maar onverantwoord.

Deze branche heeft geen imagoprobleem.
Ze heeft een inhoudsprobleem.
En zolang views belangrijker zijn dan visie, blijven we mensen afleveren die slagen voor een examen, maar falen in het verkeer. Met alle gevolgen van dien — alleen zie je die niet terug in een reel van dertig seconden.

Wanneer komt de redding?
Of lopen we allemaal met een blinddoek op?

Het is tijd om te stoppen met symptoombestrijding en te beginnen bij de basis. Start zo snel mogelijk met een Nationaal Leerplan. Niet als marketinginstrument, maar als fundament. Dat is geen luxe, dat is noodzaak. Misschien wel de laatste hoop voor instructeurs die dit vak nog met passie en verantwoordelijkheid uitoefenen.

De klok staat op vijf voor twaalf.

zondag 4 januari 2026

Hoe we theorie uit de rijles hebben gesloopt

 

Theorie is geen bijzaak — we hebben ’m zo gemaakt

Laten we stoppen met doen alsof het toeval is. De afstand tussen instructeur, leerling en theorie is niet “ineens ontstaan”. We hebben dit collectief laten gebeuren.

Theorie is verworden tot een zware bal aan een ketting. Iets wat je meesleept tot het examen, om daarna opgelucht los te gooien. Leerlingen zien het als een noodzakelijk kwaad. Instructeurs als een logistiek probleem. En de markt? Die ruikt kansen en verkoopt snelheid.

Iedereen snapt het, niemand grijpt in.

De leerling: geen onwil, maar ontwijkgedrag

Veel leerlingen zijn niet dom. Ze zijn leer-moe. Begrijpend lezen is lastig, regels toepassen nog lastiger, en nadenken kost energie. In een wereld van korte filmpjes en snelle beloning voelt theorie als ouderwets ploeteren.

Dus zoeken ze de weg van de minste weerstand.
“Dat doe ik wel via turbo.”

Niet omdat ze overtuigd zijn van kwaliteit, maar omdat het past bij een cultuur waarin moeite verdacht is geworden.

De instructeur: klem tussen idealen en realiteit

En dan de instructeur. Die wil best. Echt wel.
Maar:

  • praten kost lestijd,

  • lestijd kost geld,

  • theorie uitleggen in de auto is versnipperd en vaak ondankbaar.

Voor je het weet schuift theorie naar de zijlijn. Niet uit onwil, maar uit overleving. Rijden eerst, denken later.
En zo voelt de instructeur steeds minder invloed — en dat gevoel is funest.

De markt: moreel loos, maar messcherp

De markt heeft dit al jaren door. Die loopt niet achter, die stuurt.
Turbo, snel, slim, zonder gedoe. Geen pedagogiek, geen visie — wel conversie. En zolang niemand de norm bewaakt, wint degene die het hardst roept dat leren makkelijk kan.

Dat is geen complot. Dat is kapitalisme zonder ruggengraat.

De echte pijnlijke waarheid

De leerling vraagt nauwelijks naar theorie.
De instructeur voelt weinig grip.
En toch wijzen ze naar elkaar.

Maar de kern is deze:
we hebben theorie losgekoppeld van betekenis.

Zolang theorie iets blijft wat je “haalt” in plaats van iets wat je gebruikt, verliezen we. Dan leiden we technisch vaardige bestuurders op met een mager denkraam. En verkeer is geen trucje — het is interpretatie, inschatting, verantwoordelijkheid.

Het kan anders. Maar niet vrijblijvend.

Goede theorie-bikkels maak je niet met trucjes.
Dat vraagt:

  • een duidelijke lijn,

  • durf om nee te zeggen,

  • en instructeurs die weer positie innemen.

Niet als bijlage, maar als denkcoach in het verkeer.

Dat kost moeite. Tijd. Soms weerstand.
Maar het alternatief kennen we inmiddels.

En eerlijk?
Dat alternatief faalt.
Elke dag opnieuw.

donderdag 1 januari 2026

We trainen examens, geen verkeersdeelnemers

 

Theorie-examen: we trainen timing, geen begrip – en iedereen kijkt weg

Meer dan de helft zakt voor het theorie-examen. Dat is geen incident meer, dat is structureel. En toch blijven we doen alsof het vooral aan “de leerling” ligt. Te weinig discipline. Te weinig motivatie. Slechte voorbereiding. Klaar. Volgende.

Dat verhaal is te simpel. En vooral: gemakzuchtig.

De werkelijkheid is ongemakkelijker. We leveren jongeren af met afnemende basisvaardigheden. Begrijpend lezen staat onder druk. Concentratie is fragiel. Basiskennis verdwijnt sneller dan hij wordt opgebouwd. Niet omdat deze jongeren dom zijn, maar omdat ze jarenlang door systemen zijn geleid waarin weerstand wordt vermeden en falen tijdelijk is. Alles is te repareren. Totdat het ineens niet meer kan.

Want bij theorie moet je begrijpen. Toepassen. Redeneren. En precies daar klapt het systeem dicht.

Turbo-theorie: een noodverband dat we zijn gaan verwarren met genezing

De turbo-theorie is geen duivels plan. Het is een logisch gevolg. Vier à vijf uur stampen. Antwoorden leren herkennen. Ezelsbruggetjes. En dan zo snel mogelijk naar het CBR voordat de informatie weer wegzakt.

Het werkt soms. En dat maakt het gevaarlijk.

Want wat hier getraind wordt, is geen verkeersinzicht, maar timing. De leerling leert de vraag herkennen, niet de situatie begrijpen. Drie uur later is het weg. Geen transfer. Geen fundament. Geen bagage voor de praktijk.

Dat is geen efficiënt onderwijs. Dat is examenmanagement.

De rekening komt in de auto

Wie denkt dat dit geen gevolgen heeft, hoeft alleen maar mee te rijden.
Achterbank: telefoon. Altijd.
Geen observatie. Geen meedenken. Geen nieuwsgierigheid.

Een ingreep van de instructeur? Niet gezien.
Abrupt remmen? Geen vraag.
Reactie van een andere weggebruiker? Gemist.

Er worden geen prikkels gecreëerd. En wat je niet activeert, ontwikkelt zich ook niet.

De instructeurs die hun vak serieus nemen — en die zijn er nog — zien dit dagelijks gebeuren. Met frustratie. Niet omdat leerlingen niet willen, maar omdat ze nooit geleerd hebben hoe ze moeten leren kijken, denken en reflecteren.

En dan de vraag die niemand hardop stelt: wie wil dit eigenlijk veranderen?

De overheid kijkt toe. Meet. Analyseert. Schrijft rapporten. Zolang het systeem formeel functioneert, is er geen urgentie. Kwaliteit is een langetermijndossier, en dat past zelden in politieke cycli.

De branche is verdeeld.
Een deel werkt inhoudelijk sterk en ziet het probleem glashelder. Die kwaliteit is er al.
Een ander deel draait op marketing, snelheid en volume. En laten we eerlijk zijn: dát deel bepaalt het beeld. Wie pleit voor verdieping, wordt al snel weggezet als ouderwets of niet marktgericht.

Ouders zitten klem. Ze willen veiligheid voor hun kind, maar ook snelheid, betaalbaarheid en vooral rust. Als iemand zegt “vier dagen en klaar”, dan klinkt dat aantrekkelijk. Niet uit onwil, maar uit gebrek aan referentiekader. Het verschil tussen trucje en begrip zie je pas later.

En de leerlingen zelf? Die zijn eerlijker dan we denken. Veel weten prima dat ze iets kennen voor het examen, maar het niet begrijpen voor het verkeer. Alleen: ze willen door. Diploma’s, tempo, sociale druk. En het systeem beloont dat gedrag. Dus waarom zouden zij tegen de stroom in gaan?

Moet er een pilot komen? Ja. En nee, dat is niet ingewikkeld.

Alles wat nodig is, bestaat al:

  • inhoudelijk sterke instructeurs

  • lesmateriaal

  • online ondersteuning

  • klassikale werkvormen

  • praktijkervaring

  • casuïstiek

Wat ontbreekt, is geen kennis, maar regie en lef.

Een pilot hoeft geen miljoenen te kosten en geen jaren te duren. Selecteer rijscholen die inhoudelijk sterk werken. Geef ruimte om theorie, praktijk en reflectie te integreren. Meet niet alleen slagingspercentages, maar begrip, zelfredzaamheid en gedrag in de praktijk. Vergelijk. Evalueer. Schaal op.

Klaar.

De echte blokkade

De vraag is niet of het kan.
De vraag is: wie durft het te dragen?

Wie inzet op kwaliteit:

  • verliest mogelijk snelle klanten

  • moet tegen marketingdruk in

  • moet uitleggen waarom “langzamer” soms beter is

Dat vraagt ruggengraat. En precies die ontbreekt collectief.

Zolang iedereen naar elkaar blijft kijken — overheid naar branche, branche naar markt, ouders naar aanbieders, leerlingen naar de snelste route — verandert er niets.

Verandering begint pas wanneer iemand zegt:
“We weten dat het beter kan. De kwaliteit is er al. En we gaan het gewoon doen.”

Niet roepen.
Niet polderen.
Niet wachten.

Gewoon beginnen.

En als zelfs dát niet lukt, laten we dan eerlijk zijn:
dan is verkeersveiligheid geen prioriteit, maar een product.
Met bijbehorend risico.


zondag 28 december 2025

Het trucje wint, de leerling verliest

Rijles of theater?

Er is een keiharde scheidslijn ontstaan in ons vak. En nee, dat is niet subtiel. Dat zie je niet in jaarverslagen of beleidsnota’s, dat zie je op je scherm. TikTok. Reels. Korte filmpjes. Hapklare brokken rijles-theater. En daar gaat het al mis.

Laten we bij het begin beginnen: vakmanschap. Wat is dat eigenlijk? Simpel. Lesgeven met je hart. Niet voor de views, niet voor het algoritme, maar omdat je het vak ambieert. Intrinsiek gemotiveerd. Gedreven. Iemand die snapt dat instructeur zijn geen trucje is, maar een verantwoordelijkheid. (Zie ook het stuk over Chris Verstappen en intrinsieke motivatie — dat raakt de kern.)

En dan kijk je die filmpjes.
En dan denk je: jongens… echt?

Wat is hier de motivatie? Opleiden of optreden?
We zien instructeurs die een examensituatie naspelen. Een leerling erbij. Soms zichtbaar, soms niet. Laten we hopen met toestemming. En dan komt meteen de vraag: is dit een bepaald type leerling, of gewoon degene die vandaag beschikbaar was voor content?

De instructeur reageert op wat de leerling doet. Met het RVV. Met de rijprocedure. Dat zijn onze basisinstrumenten, prima. Maar daar houdt het niet op. Of beter gezegd: daar zou het niet mogen ophouden.

Want wat gebeurt er werkelijk?
Een dashcam registreert alles wat buiten gebeurt. De instructeur praat hardop. Niet om te onderwijzen, maar om een moment te pakken. Clickbait. Een fragment. Een quote. Eerlijk gezegd zie ik de toegevoegde waarde niet. Wat ik wel zie, is hoe smal de focus is geworden.

De instructeur vertelt precies wat “een examinator wil zien”. Het beroemde trucje. Geconditioneerd gedrag. En ja, dat gebeurde vroeger ook. Maar hoe meer van deze filmpjes je ziet, hoe duidelijker het wordt: dit is geen incident, dit is een systeem.

Kijk je echt goed — en dat doe je als ervaren instructeur — dan schrik je.
Je ziet Pavlov in de lesauto. Spiegel, knipper, hoofdbeweging, klaar. Maar stel jezelf eens de eerlijke vraag: wat leid je hier eigenlijk op?

Het oogt niet vloeiend. Niet logisch. Niet echt.
De rijprocedure wordt opgedreund in plaats van toegepast. Benoemen en uitvoeren lopen door elkaar. Het is acteren, geen instructie. Het loopt niet, het klopt niet, het lééft niet.

En ondertussen missen we de essentie van het leerproces van de leerling. Een leerling doorloopt fases. Punt. Van ervaren naar begrijpen, van begrijpen naar toepassen. Dat proces laat zich niet afdwingen en al helemaal niet versnellen voor de camera.

Het probleem is dat we het denken overslaan. We leren nadoen in plaats van begrijpen. Handelingen worden aangeleerd zonder context, zonder waarom. Dat lijkt te werken — tot de situatie verandert. En in het verkeer verandert die altijd.

Daar zit ook de turbotheorie dwars doorheen. Snelle kennis. Losse flarden. Geen samenhang. Wel woorden, geen betekenis. De leerling stapt de lesauto in met trucjes in het hoofd, maar zonder kader. Zonder houvast om nieuwe situaties te beoordelen.

Het gevolg is voorspelbaar. Zodra het net even anders loopt, valt alles stil. Stress neemt over. Zelfvertrouwen zakt weg. De leerling grijpt terug op gedrag dat niet meer past. En precies daar zie je wat er ontbreekt. Niet vaardigheid, maar inzicht.

Wat je nauwelijks ziet in die filmpjes:

  • zit- en stuurhouding

  • stuurmethode

  • echte instructie

  • waarnemingscyclus

  • vooruitdenken en anticiperen

Wat je wél ziet: examen, examen, examen.
“Bin-buit-dodehoek.”
“O ja, nacontrole.”

Deze filmpjes geven onbedoeld een inkijk in hoe een deel van de rijopleiding tegenwoordig functioneert. En eerlijk? Ik schaam me kapot. Maar cynisch genoeg ben ik ook blij dat ze er zijn. Want ze maken zichtbaar wat anders onder het tapijt bleef.

En dat dwingt ons tot een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag:
hoe heeft dit zo kunnen ontstaan?

Tot slot — en dat mag hardop gezegd worden — een diepe buiging voor de mannen en vrouwen die het wél goed willen doen. Die geen act opvoeren, maar opleiden. Die geen kunstje aanleren, maar mensen vormen tot bestuurders.

Jullie maken geen content.
Jullie maken verschil.

vrijdag 26 december 2025

Hoe het slagingspercentage de rijopleiding gijzelt

Opinie | Gemiddelden maken geen betere bestuurders

Er is al jaren veel over geschreven en gesproken: het gemiddelde slagingspercentage en het gemiddelde aantal lesuren. Twee cijfers die inmiddels een bijna mythische status hebben gekregen. Ze worden gezien als maatstaf voor kwaliteit, als bewijs van goed opleiden. Maar laten we eerlijk zijn: dat zijn ze niet. Het zijn gemiddelden, geen waarheden.

Het openbaar maken van slagingspercentages is ooit breed op de kaart gezet door het consumentenprogramma Kassa. De intentie was op zichzelf logisch en zelfs nobel: consumenten beschermen tegen slecht presterende rijscholen. De zogeheten “cowboys”. Transparantie zou de markt schoner maken. Maar de vraag die zelden wordt gesteld is: heeft het dat ook gedaan?

Een slagingspercentage is niets meer dan een optelsom van examens, gedeeld door een aantal pogingen. Het zegt niet hoe iemand slaagt. Niet waarom iemand zakt. En het maakt geen enkel onderscheid tussen iemand die in één keer slaagt en iemand die daar twee of drie examens voor nodig heeft. Alles verdwijnt in één getal, dat vervolgens wordt gepresenteerd als simpel, objectief en vergelijkbaar.

Maar rijopleiding is niet simpel. En mensen zijn niet vergelijkbaar.

De onderliggende gedachte was dat slechte rijscholen vanzelf zichtbaar zouden worden. Maar dan moeten we eerst durven benoemen wat een “cowboy” eigenlijk is. En daar begint het probleem. Want harde feiten zijn er niet. Het begrip cowboy is een containerbegrip, gevuld met aannames en onderbuikgevoelens. We koppelen het aan uitstraling, aan de staat van de lesauto, aan lage lesprijzen, aan snelle methodes, aan twijfel over didactische vaardigheden of bedrijfsvoering. Soms terecht, soms niet. Maar objectief? Nee.

Wat we hebben gedaan, is een complex vak reduceren tot een cijfer, in de hoop dat dat het onderscheid zou maken. In de praktijk heeft het vooral geleid tot cijferdenken. Strategisch examen plannen. Selectief aanmelden. Het managen van percentages in plaats van het begeleiden van mensen.

En ondertussen staat er iemand naast ons in de auto. Een leerling. Geen gemiddelde, maar een mens. Iemand die leert met vallen en opstaan. Die soms faalangst heeft, of moeite met kijken, plannen, of vertrouwen. Iemand voor wie leren geen rechte lijn is, maar een rommelig proces met terugval en herhaling.

Voor die leerling is dat gemiddelde geen neutraal getal. Het wordt een maatlat.
Ik loop achter.
Ik doe het slechter dan normaal.
Het zal wel aan mij liggen.

En daar gaat het mis. Rijopleiding is geen wedstrijd tegen een landelijk gemiddelde. Het is een persoonlijk leerproces. Dat vraagt tijd, uitleg, rust en soms extra herhaling. Dat is geen zwakte. Dat is hoe leren werkt.

Dan is er nog het andere heilige getal: het gemiddelde aantal lesuren.
41 uur.
Alsof dat iets verklaart.

Hoe komen we daarbij? Door enquêtes. Door zelfrapportage. Door globale tellingen. Maar dat wordt vervolgens gepresenteerd alsof het een norm is. Alsof instructeurs die daarboven zitten hun werk niet goed doen. Dat is niet alleen onjuist, het is ondermijnend voor het vak.

Elke keer dat een instructeur dieper wil gaan.
Elke keer dat hij extra uitleg geeft.
Elke keer dat hij zijn tempo aanpast aan de leerling.
Botst hij op hetzelfde systeemdenken.

Want het is een verdienmodel geworden. Slagingspercentages. Gemiddelde lesuren. Lage prijzen. En het nostalgische geroep dat “vroeger alles beter was”. Heb je een leerling die meer dan 41 uur nodig heeft, dan wordt er scheef gekeken. 60 uur? “Zo, mag die wel rijden?”

Maar valt iemand binnen het handige klasje, dan is alles goed. Dan wordt er gekoketteerd met cijfers. In één keer geslaagd — want dát zegt alles. Toch?

Er is zo een vertekend beeld ontstaan van wat rijopleiding is. En zoals altijd zijn het de goede professionals die lijden onder een verkeerd frame.

En dan de vraag: hoe geven we de branche weer glans, status en vertrouwen?

Eerlijk? Ik weet het niet.
Echt niet.

Maar één ding weet ik wel: zolang we blijven doen alsof gemiddelden de waarheid zijn, blijven we zowel instructeurs als leerlingen tekortdoen. Goede rijopleiding laat zich niet vangen in een percentage. En al helemaal niet in een getal zonder context.

Laten we stoppen met doen alsof cijfers moreel superieur zijn aan vakmanschap. Een hoog slagingspercentage zegt niets over wat er onderweg is opgeofferd. Een laag percentage zegt niets over zorgvuldigheid, diepgang of verantwoordelijkheid. Het gemiddelde aantal lesuren is geen norm, geen richtlijn en al helemaal geen oordeel.

Zolang we blijven rekenen in plaats van opleiden, creëren we geen betere bestuurders maar betere spreadsheets. Dan belonen we snelheid boven begrip, marketing boven didactiek en beeldvorming boven werkelijkheid. Dat is geen vooruitgang, dat is verschraling.

Rijopleiding is geen product dat je optimaliseert. Het is een proces dat je begeleidt.
Wie dat vergeet, kan prachtige cijfers laten zien — maar levert geen betere chauffeurs af.

En dát is uiteindelijk de enige uitkomst die telt.