vrijdag 18 september 2015

Zelfrijdende auto's en mijn ego

De zelfrijdende auto

Het gaat gebeuren. Het is een kwestie van tijd: de zelfrijdende auto. Misschien geheel autonoom, of een variant daarop. Wat zou je kunnen verwachten als je ’s ochtends naar je werk gaat of de kinderen naar school moet brengen? Zie je het al voor je?

Je bent wat aan de late kant, haastig, en je moet snel de zelfrijdende auto in. Eigenlijk heb je een rotdag, want alles zit een beetje tegen. Maar goed, dat overkomt ons allemaal wel eens. Daar zit je dan in die auto. Hij herkent je via je smartphone, en automatisch worden alle instellingen op jou als bestuurder afgesteld. Je hebt wel haast, maar de auto geeft nog geen akkoord voor vertrek. Het systeem meet nog vreemde waarden. Het voelt een beetje zoals in een vliegtuig, wanneer je maar zit te wachten tot dat ding eindelijk gaat bewegen. Eindelijk geeft het systeem groen licht. We gaan.

Oh nee! Je bent iets vergeten binnen. Snel weer de auto uit om het vergeten tasje te pakken. Het voertuig stopt met de voorbereidingen voor het wegrijden. Na een minuutje ben je terug, en je ploft weer op de stoel achter het stuur. De auto begint opnieuw met de veiligheidsprocedures. Je ramen zijn beslagen, want het is een beetje mistig buiten. De auto vertrekt nog steeds niet en wacht op een commando van het centrale brein. De tijd tikt door. In een gewone auto was je al bijna op school geweest. Maar goed, die tijd is voorbij. Eindelijk is de auto op temperatuur en klaar om te vertrekken. Oh ja, waar moet je eigenlijk heen? Het adres zit nog niet in het systeem. Gauw even het adres invoeren via je smartphone. En dan kun je eindelijk gaan.

Daar zit je dan, in je auto.

Je kind zit achterin en de auto rijdt. Jullie zijn onderweg naar school. Je babbelt wat met je kind en kijkt tussendoor op je smartphone of je bestelling al klaarstaat op het afhaalpunt. Je beseft dat je beter wat eerder van huis had kunnen vertrekken. Je kunt in ieder geval niemand meer de schuld geven of als smoes gebruiken dat het druk was op de weg.

Na het afzetten van je kind op school ga je weer verder in je zelfrijdende auto. Je bent onderweg naar een verzamelpunt om je boodschappen op te halen. Je hoeft niet eens uit te stappen. Handig, toch?

Op weg naar mijn werk vraag ik me af: wat doe ik met mijn gevoelens in deze zelfrijdende auto? Ik heb niets meer te zeggen over wat er gebeurt. Ik kan andere bestuurders niet meer afstraffen, mijn plaats niet afdwingen door te imponeren, of ander oergedrag vertonen. Stoer zitten met één hand bovenop het stuur? Dat is ook geen gezicht meer. Ik kan niet meer hard op mijn voorligger afrijden, laat remmen, of diagonaal invoegen. En nóg erger: ik kan niet meer bumperkleven.

Waar moet ik het dan in godsnaam over hebben als ik op mijn werk kom? Ik kan niemand meer afblaffen, geen scheldkanonnades meer afsteken, en ook geen gebaren meer maken. Als ik dat wél doe, zit ik compleet voor lul.

Wat moet ik doen met mijn frustraties als mens? Is mijn auto nog wel een verlengstuk van mijn huiskamer? Of ga ik me anders gedragen? Denk maar eens aan een pretpark. Je zat vroeger in zo’n karretje dat voortbewoog over een rails. Nou, ik vond dat vreselijk. Je voelde je een nono. Zelf rijden, dat was wat je wilde, toch? En wat deed je dan? Juist, als een gek aan dat horizontale stangetje trekken, net alsof je zelf reed. Zie je het voor je? Inclusief die geluidjes die je erbij maakte? Maar goed, dat is verleden tijd.

Het aantal verkeersdoden ligt momenteel tussen de 500 en 600 per jaar. Daarnaast zijn er nog talloze zwaargewonden. Eén ding is zeker: met de komst van de zelfrijdende auto zullen er veel minder slachtoffers vallen in het verkeer.

Rij veilig,
Jan



zaterdag 18 juli 2015

Rijles en E-bikes



Daar ga je dan met je instructeur de drukte in, "go with the flow" zeg maar. Als een grote, goedmoedige teddybeer door het verkeer probeer je de regels van het spel meteen toe te passen.

Fietsers en brommers zwermen als vliegen om je heen. "Waar komen ze vandaan?" denk je. Van onder, boven, links of rechts?

Je instructeur grijpt naar je stuur en attendeert je op twee fietsers die te dicht in je ruimtekussen zitten. Op dat moment word je ingehaald door een bromfiets. Vol gas scheurt hij ons voorbij. Zo snel als hij verscheen, is hij ook weer verdwenen.

Je bent druk aan het oefenen om de ruimte rondom de auto constant te houden. Dit vraagt om een goede bediening van de auto. Vooral het tempo regelen vraagt veel aandacht. Je begrijpt in ieder geval de doelstelling van het rijden door een winkelstraat.

Het kijkgedrag is een belangrijk onderdeel, zeker met het oog op de veiligheid. De juiste manier van kijken en het bewust waarnemen… fietsers, brommers, je ziet ze al vanaf je kleutertijd. Je weet dat fietsers slingeren. Wie slingert er niet op de fiets? Iedereen toch? Er is wel een soort fietser die minder slingert, maar daar kom ik later op terug. Fietsers zijn lastige verkeersdeelnemers als je in een auto zit.

Je moet rekening met ze houden, want zij zijn tenslotte de zwakkere verkeersdeelnemers. Zeker op rotondes en kruispunten. De jeugd interesseert het niet zo veel als het onveilig wordt.

Vaak hebben ze niet eens door hoe gevaarlijk hun gedrag is. En dan hebben we het nog niet over het gebruik van de smartphone. De wat oudere fietser wil nog wel signalen geven, zodat wij weten welke kant hij of zij opgaat.

Maar die jeugd... dat is wel een probleem. Ze zijn totaal niet bezig met het verkeer. Weten ze de regels überhaupt? Of was het fietsexamen destijds alleen maar stoppen voor rood licht en een hand uitsteken op het kruispunt, omdat er een verkeersmoeder stond? Totaal niet vaardig in het verkeer; dat is wat je ziet als je naar de gemiddelde jonge fietser kijkt.

Langzaam begin je het spel te begrijpen. Brommers zijn niet zo’n groot probleem. Ze zijn lekker snel en kennen de regels goed; ze hebben tenslotte rijles gehad. Dat zie je na een paar jaar wel terug in het verkeer. Maar die fietsers... dat blijft een ding. Gelukkig begin je daar ook meer inzicht in te krijgen.

Alleen het volgende probleem dient zich aan: hoe ga je om met e-bikes? Ja, dat is ook wel een ding…

E-bikes zijn elektrische fietsen in verschillende uitvoeringen: een standaardversie en een snellere versie. Vaak zie je wat ouderen op zo’n fiets rijden, meestal met z’n tweeën. Het wordt steeds moeilijker om te zien of het een e-bike is; de accu’s worden steeds kleiner.

E-bikers fietsen over het algemeen een wat strakkere lijn dan de reguliere fietser. De oorzaak ligt bij de constante aandrijving, waardoor er een betere stabiliteit ontstaat. Maar als je ouder wordt, nemen je vaardigheden af. Hoeveel dat is, verschilt per persoon. Wat je wel ziet in het verkeer, is dat e-bikers – en met name ouderen – andere beslissingen nemen dan ze op een gewone fiets waarschijnlijk hadden gedaan.

Gewoon omdat de natuur zegt: niet doen. Maar nu is er de e-bike. Dus als we een beslissing moeten nemen in het verkeer, kunnen we de natuur een beetje “helpen.” We gaan bijvoorbeeld wel die kruising over, maar vergeten dat onze waarneming ook minder wordt naarmate we ouder worden. Dus was het wel veilig om over te steken?

E-bikers zijn eigenlijk de "nieuwe fietsers." Ze zijn sneller dan de gewone fietser, wat langzamer dan brommers, maar door hun snelheid komen ze makkelijker in je ruimtekussen. Dus een goed bewustzijn van de automobilist is essentieel.

Als je nu naar de gewone fietser kijkt, heb je een verwachtingspatroon: jongeren slingeren, ouderen trouwens ook. Met z’n drieën naast elkaar, telefoon in de hand, totaal niet bezig met verkeer. Maar die e-bikers… dat is toch anders. We zullen moeten wennen aan deze nieuwe verkeersdeelnemers.

Hoe? We moeten ons voorbereiden op een andere manier van fietsen, want over een aantal jaren heeft iedereen een e-bike. We moeten nadenken over waar de e-biker straks moet rijden: op het fietspad of op de rijbaan? Helmplicht? Daar wordt nu druk over gesproken. Opleiding? Ook daar moet over worden nagedacht. En de wegindeling? Dat is een belangrijk onderdeel van de veranderingen die ons te wachten staan.

Kortom, er is nog veel te doen voor alle partijen: de overheid, de branche en de instanties die met verkeersveiligheid te maken hebben.

Rij veilig.


Jan
 

vrijdag 15 mei 2015

Vooroordelen enzo

Vooroordelen  aannames en weetjes tijdens je rijopleiding.

De examinator mag maar zoveel procent laten slagen: flauwekul is niet waar.

De examinator was chagrijnig..: is niet relevant je wordt beoordeeld op veilig rijden.

Ik ben geslaagd voor mijn ttt: je kan niet slagen voor je ttt je kunt alleen vrijstelling verdienen voor je bijzondere verrichtingen. En de ttt is er voor om je bewust te maken van je niveau.

Ik moet mijn binnenspiegel een beetje anders zetten zodat het lijkt dat ik beter kijk... flauwekul wie heeft je dat verteld?

Ik moet overdreven kijken: flauwekul zie boven.

Als je slaagt voor je rijbewijs heb ik dan ook mijn brommer rijbewijs: Ja.

Ik rij wat harder/zachter op mijn examen zodat ik een goede indruk maak op de examinator:
auto rijden is geen toneelstukje.

Ik ben gezakt voor mijn examen en ben boos op de wereld... Je kan alleen maar teleurgesteld zijn in jezelf.. De oorzaak van het zakken ligt vaak ergens anders.

Bij een vrouwelijke examinator zak je eerder dan bij een mannelijke; niet van toe passing.

De motor sloeg af ben ik dan gezakt.. flauwekul iedereen laat wel  eens de motor afslaan.

Ik ben gezakt op een dingetje..  je zakt niet op een dingetje, je zakt wel als je meerdere dingetjes verkeerd doet.

Je zakt altijd als de structuur van het autorijden niet compleet is.

Ik moet beter kijken; je moet proberen om beter te waarnemen dit zijn twee verschillende begrippen.

'S morgens slaag je minder snel dan 's middags, flauwekul!

Je hoeft niet overdreven aardig te zijn, wees gewoon jezelf.

Ik ben zenuwachtig voor mijn examen, nou dat is normaal en dat is goed!

Teveel spanning voor en op je examen heeft vaak een oorzaak.

Leren autorijden is geen makkie.
Het gemiddelde aantal lessen ligt boven de 40 uur; en die heb je echt wel nodig (en er zijn altijd uitzonderingen).

Ik heb moeite met de bediening van de auto dat is normaal het zijn vaardigheden die je moet leren en beheersen dus dat kost moeite.
Leren auto rijden moet je willen dus motivatie is heel belangrijk!

Een goede onderlinge verstandhouding met je instructeur is belangrijk en deze is gebaseerd op onderling respect en vertrouwen.

Je rijopleiding heeft verschillende fases de eerste fase is je voertuigbeheersing en deze is essentieel voor het verdere verloop van je rijopleiding.

Op Google kun je de examen routes vinden, je moet niet in voodoo geloven.

Als ik veel met de examinator praat tijdens mijn examen dan let hij niet zo op, zie ook boven.

Wanneer moet ik mijn theorie halen je theorie haal je niet dat moet je leren en toepassen en het beste is als je hiermee op tijd begint.

Mijn vriend is geslaagd in twintig uur..Dat doe ik ook, ben je een tweeling dan?

Wist je dat een examinator hetzelfde boekje leest als de rijinstructeur dus ook hetzelfde denkt.. En als de instructeur het daar niet mee eens is er iets niet klopt.

Wist je dat er regio's zijn in Nederland waar je rijopleiding/examen een stuk makkelijker gaat... Hoe zou dat nou komen?

Als je instructeur raar doet of hij schreeuwt en/of geen geduld heeft zoek dan een ander die wel les kan geven.

Kortom een heleboel info, weetjes en watjes. De lijst kan nog veel langer maar zo is het wel genoeg..

Doe je voordeel er mee en denk er over na!

       Suc6
        Jan

maandag 11 mei 2015

Met je vrienden op stap



Met je vrienden naar het pretpark: eindelijk is het zover, je mag meer zelfstandig zijn.
Voor het eerst rijd je met vrienden mee. Jullie zijn met meerdere auto’s, dus eerst even de groep verdelen.

Niet iedereen heeft zijn rijbewijs of is er nog mee bezig. Als ouder denk je dan: mijn kind gaat mee met zijn vrienden, of denk je er helemaal niet bij na? Vertrouw je de bestuurder wel? Zijn er afspraken gemaakt met betrekking tot autopech en andere ongemakken?

Je kind zit achterin, vaak bij een beginnende bestuurder. Maar ken je deze bestuurder eigenlijk wel? Heb je hem/haar weleens gesproken?

Als ik alle verhalen zou opschrijven die ik over dit onderwerp heb gehoord, dan ben ik nog wel een tijdje bezig.

Wat hoor je dan vaak? Overmoedig rijgedrag, stoer doen, onderschatten van het gevaar, groepsdruk, en niet goed met verantwoordelijkheid kunnen omgaan.

Je kind kan in zo’n situatie verschillende dingen doen: er iets van zeggen, of juist niet. Dit is natuurlijk afhankelijk van het karakter. Soms wil je wel iets zeggen, maar dan kan het al te laat zijn.

Je kunt niet zeggen: dat gebeurt mij niet. Maar je kunt wel zeggen: wat kan ik eraan doen?

Als ouder kun je zeker iets doen. Vraag aan je kind met wie hij/zij meerijdt en maak even contact met de bestuurder. Wat is dat voor persoon? Een gesprekje kan nooit kwaad. Wat voor auto rijdt hij/zij? Zou je zelf achterin willen zitten?

Sowieso zou ik nooit mijn kind met een vreemde bestuurder laten meerijden. Bij twijfel kun je altijd een andere oplossing bedenken.

Mijn ervaring:

Ik ging een keer met een vriendin mee, en haar vriend reed. Ik vond dat hij raar reed. Op de snelweg stuurde hij steeds van links naar rechts, of juist alleen maar links. Hij trok ook heel hard op en zat op te scheppen over zijn auto. Ik dacht: man, je rijdt in een wrak!

Ik voelde me steeds minder veilig. Ik wilde dat de rit voorbij was en ik weer veilig thuis zou zijn. Zijn vriendin praatte zijn gedrag steeds goed. Ik snap haar niet, echt niet! Ik ga nooit meer bij hem in de auto en zal blij zijn als ik zelf kan rijden.

Als ouder of als jongere:

Je kunt deze vervelende situaties voorkomen. Wees eerlijk en spreek goede, duidelijke afspraken af. Praat rustig vooraf met de bestuurder en wijs hem of haar op de verantwoordelijkheid. Stoer doen is echt niet nodig!

Veilige rit,
Jan