Er wordt vaak gezegd dat verkeersongevallen “gewoon ongelukjes” zijn.
Alsof het hagel is: het valt waar het valt.
Maar na 23 jaar lesgeven zie ik iets anders.
Er is een koppeling tussen educatie en ongevallen.
Sterker nog: die koppeling ligt zó open en bloot dat je je afvraagt waarom niemand ‘m lijkt te zien.
Want welke verkeerseducatie hebben jongeren nou eigenlijk gehad?
Ja, het fietsexamen in groep 7. En dat was het dan wel.
Daarna begint een stilte van vijf jaar waarin letterlijk niets gebeurt.
Geen verkeerslessen, geen vorming, geen bewustwording.
In die jaren ontwikkelen ze alles — puberteit, hersenen, gedrag — behalve verkeersinzicht.
En dat is precies waar het spaak loopt.
De brommerleerlingen: snelle filmpjes, nul fundament
Negentig procent, misschien meer, leert de brommertheorie via YouTube-achtige filmpjes en ochtendsessies waar je met slaperige ogen wordt volgegooid met plaatjes en ezelsbruggetjes.
Geen vorming, geen inzicht, alleen trucjes.
En dan komen ze bij jou voor de praktijk.
Je doet een check:
“Vertel dit eens in je eigen woorden.”
Als dat lukt, mag je door.
Als het niet lukt, beginnen we niet eens.
Zo simpel.
Maar waarom moet een rijinstructeur op dag één überhaupt de rol van theoriedocent overnemen?
De autoleerlingen: theoriekennis op 0, maar blijkbaar is dat prima
Bij de auto is het nog duidelijker: de meeste leerlingen beginnen zonder één greintje theoriekennis.
En dan komt automatisch die vraag:
Moet je je theorie al hebben?
Voor sommigen: absoluut ja.
Voor anderen: absoluut niet.
Maar in het huidige systeem wordt “theorie in bezit hebben” gelijkgesteld aan: je bent bij het CBR geweest.
Klaar.
Maar dat zegt niets over begrip.
Theorie is geen sticker die je plakt.
Het is een bouwsteen.
In kleine delen, passend bij de fase waarin de leerling zit, krijg je veel meer verbinding, veel meer inzicht en vooral: een verkeershouding die niet alleen examen-proof is, maar leven-proof.
Turbo-theorie: het verdienmodel regeert
En dan komen we bij het circus dat “turbo-theorie” heet.
Papa en mama zetten je om 06.45 af, je schuift een zaaltje in, schouder aan schouder met vijftig anderen.
07.00 start de show: foto’s, beamers, opdreunen, meeschreeuwen, stampen.
Alles om maar te slagen.
Niets om te begrijpen.
Lieve ouders: zouden jullie zelf slagen als je zo’n training doet? Nee.
Honderd procent kans dat je zakt.
Niet omdat je dom bent, maar omdat dit hele systeem is gekrompen tot een trucjescultuur.
De theorie is verworden tot een hindernis op weg naar het praktijkexamen.
Meer niet. En dat ondermijnt de verkeersveiligheid. Elke.Dag.
De ethiek van de rijopleiding is zoek
En als klap op de vuurpijl worden we doodgegooid met TikToks, reels en filmpjes waarbij instructeurs zichzelf opvoeren als een soort verkeersgoeroe.
Kijk mij eens reageren.
Kijk mij eens gelijk hebben.
Kijk mij eens belangrijk zijn.
De leerling maakt een fout?
Top, weer een item.
Weer content.
Weer bereik.
Maar wat draagt dit bij?
Niets. Het is show.
Het is gevolg van marketingdruk.
En het is gênant.
De leerling wordt een karikatuur — falend, stuntelend — maar “wel gezellig”, zeggen ze dan.
We lachen alles weg. Het is makkelijker dan verantwoordelijkheid nemen.
De praktijk: 41 uur discussie die nergens over gaat
Elke leerling leert anders.
Tempo verschilt, stijl verschilt, inzicht verschilt.
Maar toch blijft de hele branche hangen in dat ene getal: 41 uur.
Tot stand gekomen door een enquête; geen wetenschap, geen natuurwet.
Niemand vraagt zich af hoeveel uur je nodig had voor biologie.
Niemand vergelijkt met elkaar op school.
Alleen in de rijschoolwereld wel.
Maar waarom?
Omdat iedereen framen lekker makkelijk vindt.
De leerling, de rijschool, de ouders, de markt.
Iedere instructeur heeft zijn eigen stijl — en dat mag Gelukkig zijn er heel veel goede instructeurs.
Mensen met de juiste intentie, de juiste houding, en een passie voor veiligheid.
Maar er is ook een grote groep die het vak totaal anders invult.
Soms louche, soms chaotisch, soms marketing boven kwaliteit, soms franchise boven vakmanschap.
En het mag allemaal, want er is geen rem.
Alles is te koop, alles is welkom, alles kan onder de vlag van “de klant wil het”.
De lesprijs, de eerlijke boterham en de beschadigde branche
En ja, die lesprijs. Altijd een gevoelig ding.
Want: wat doet de concurrent? Wat durven we te vragen? Wat zit er inbegrepen?
Maar laten we eerlijk zijn — écht eerlijk:
de branche is beschadigd.
Kijk naar dat recente incident: twee instructeurs met ruzie, één trekt een mes.
Een collega zei het perfect:
“Dít is waarom onze branche zo’n deuk in de ziel heeft.”
En hij heeft gelijk.
Als de prijzen structureel te laag blijven, komen mensen in een overlevingsstand terecht.
En een sector in overlevingsstand gaat raar gedrag vertonen.
Onderbieden. Stunten. Afgunst. Onprofessioneel gedrag. En ja… soms zelfs een mes.
Een eerlijke lesprijs is geen luxe.
Het is geen champagne.
Het is simpelweg wat nodig is om normaal, professioneel en volwassen te kunnen werken — in een vak waar veiligheid centraal zou moeten staan.
En dan — terwijl ik dit schrijf — het nieuwsbericht Een 20-jarige bestuurder is overleden bij een ongeval.
Twintig. Een heel leven voor zich.
En dat raakt me.
Als instructeur.
En als vader.
Conclusie: we laten vijf jaar liggen — met dodelijke gevolgen
Wil je de verkeersveiligheid écht verbeteren?
Begin dan in die vijf stille jaren waar nu niets gebeurt.
Daar ontstaan de gaten.
Daar ontstaat het gedrag.
Daar ontstaat de cultuur.
De rijschool vult het gat nog enigszins op, maar veel te laat en met veel te weinig steun.
Zolang we educatie zien als “iets dat later wel komt”, blijven we dweilen met de kraan wijd open.
En zolang turbo-theorie, marketingcircussen en prijsstunten de norm blijven, houd je een branche die aan elkaar hangt van ducttape, goede bedoelingen en hoop.
We kunnen beter. Het verkeer verdient beter.
En onze kinderen verdienen beter.