woensdag 23 april 2025

Nooit meer thuis.


Een onuitsprekelijke botsing

Soms raakt een gebeurtenis je tot in je vezels. Niet alleen als mens, maar ook als professional. Een dodelijk ongeval – een jonge fietser, vol leven, wiens toekomst abrupt tot stilstand kwam. Een beginnende bestuurder, op dat moment aan het leren omgaan met verantwoordelijkheid op de weg. Beiden troffen elkaar op het verkeerde moment, op de verkeerde plek. En daarna was niets meer zoals het was.

De rechter sprak uit: geen vervolging. Er was THC in het bloed van de bestuurder, wat leidde tot een boete. Maar er was geen bewijs dat het een rol speelde in het ongeval. Toch blijft er een knagend gevoel hangen, dat verder gaat dan juridische grenzen.

De jonge fietser verleende geen voorrang. Maar dat is een feitelijke constatering, geen moreel oordeel. Het is een schrijnende realiteit waarin we niet mogen vergeten dat het slachtoffer jong was, nog volop lerende, net als de bestuurder.

En juist daar wringt het. Als rijinstructeur weet ik hoe kwetsbaar beginnende bestuurders zijn. Hoe belangrijk kijkgedrag is – en hoe dun de lijn soms is tussen 'net goed' en 'net niet'. In dit geval werd eerst naar rechts gekeken, vervolgens in de binnenspiegel – en toen was het te laat. Die volgorde van handelingen, dat ene moment van afleiding, heeft levens veranderd.

Het zijn gedachten die moeilijk zijn om uit te spreken. Omdat niemand dit gewild heeft. Omdat niemand er beter van wordt. Omdat woorden vaak tekortschieten waar het hart te vol is.

Misschien is het enige wat we kunnen doen: blijven leren. Blijven herhalen hoe belangrijk het is om echt te zien, niet alleen te kijken. En erkennen dat fouten – hoe menselijk ook – onherstelbare gevolgen kunnen hebben.

Voor iedereen die betrokken is: er is geen oordeel. Alleen verdriet. En de hoop dat dit verlies ons waakzamer maakt. En dat we blijven stilstaan bij het feit dat verkeer niet alleen techniek is – maar ook leven, en breekbaarheid.


zondag 20 april 2025

Wanneer kan ik examen doen


Wanneer ben je nou écht klaar voor je rijexamen?

Het lijkt zo’n simpele vraag: wanneer mag ik afrijden? Maar wie bepaalt dat eigenlijk? Jij als leerling? Je instructeur? Of die mysterieuze instructiekaart? Soms voelt het alsof je in een taartenbakkerij terecht bent gekomen: “Deze moet nog tien minuutjes”, “die mag eruit.” Alsof je een cake bent die nét nog niet gaar is.

Maar autorijden is geen recept. Het gaat om veiligheid. Zelfstandigheid. Vertrouwen. Dus… wanneer ben je dan klaar?

Klaar is: zelfstandig rijden, zonder hulp

Laten we eerlijk zijn: je bent pas klaar voor het examen als je zélf kunt rijden. Geen hints, geen correcties, geen tips meer onderweg. Je instructeur zit er alleen nog voor de vorm. Dán ben je er.

Maar zo werkt het niet altijd. De praktijk zit vol druk. Van ouders. Van vrienden. Van jezelf. En ja, ook van het systeem: in één keer slagen, want dat is goed voor het slagingspercentage en lekker voor op de socials. “Marieke geslaagd in één keer!” Klik — foto erbij.

Maar dat zegt niks over of je écht klaar was. Soms heb je gewoon geluk. Geen lastige invoegsituaties, een rustige route, een fijne examinator. En dan lukt het nét. Is dat dan het doel?

De wachttijddruk: plannen vóór je klaar bent

In de Randstad zit je soms met 13 weken wachttijd. Dat zorgt ervoor dat leerlingen hun examen al plannen voordat ze er eigenlijk aan toe zijn. Het examen wordt dan een deadline in plaats van een bevestiging van bekwaamheid.

Maar een examen moet geen gok zijn. Geen mazzeltje. Je moet met vertrouwen kunnen zeggen: “Ik kan dit. Helemaal zelf.”

Zelfreflectie is geen invuloefening

Echte rijvaardigheid begint bij zelfkennis. Niet het zelfreflectieformulier dat je vijf minuten voor je examen invult (of je instructeur voor je invult…), maar echt snappen: wat kan ik, waar moet ik nog aan werken?

Want als je de ochtend van je examen nog uitleg nodig hebt over je kijkgedrag, dan ben je er gewoon nog niet.

Leerling: géén “moetje”, wél motivatie

Sommige leerlingen zien hun rijopleiding als een verplicht nummertje. Een moetje. En dan begint het al lastig. Vaak zie je dan een gebrek aan zelfreflectie, weerstand tegen feedback en een houding van: “Ja maar…”

Voor de instructeur is het dan een hele uitdaging om dat ‘deurtje’ open te houden. Geen makkelijke taak. En dan wordt er gegrepen naar de “trucjes-aanpak”: zo min mogelijk weerstand, gewoon even door het examen loodsen. Maar is dat wat we willen?

Een leerling moet eerlijk zijn. Naar zichzelf, naar de instructeur, en ook naar zijn of haar omgeving.

De druk van buitenaf

De buitenwereld maakt het er niet makkelijker op. “Heb je al op de snelweg gereden?” “Kun je al fileparkeren?” Vragen blijven maar komen. Alsof het om vinkjes gaat. Niet om inzicht, beheersing, of rust in de auto.

Op verjaardagen vliegen de sterke verhalen over het examen over tafel. Altijd in het voordeel van de verteller. En ouders? Die willen het beste voor hun kind, logisch. Maar soms verwachten ze dat de instructeur met een goocheltrucje alles wel fixt.

Dat is geen realistische basis voor leren.

Tijd voor een ander systeem?

Misschien is het tijd om anders te kijken naar rijopleidingen. Weg van het productieproces, het afvinklijstje, de zes-maanden-planning. Richt je op groei. Op veiligheid. Op inzicht. En accepteer dat iedereen leert op een eigen manier, in een eigen tempo.

Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: leerlingen die zelfstandig, zelfverzekerd en veilig de weg op kunnen.

En dán ben je pas echt klaar voor het rijexamen.


vrijdag 18 april 2025

Vroeger was alles anders. Dus ook het theorie-examen.

 Vroeger was alles anders. Dus ook het theorie-examen.

En ja hoor, ook toen zakten we massaal. Gewoon, ouderwets afgaan met stijl. Alles afhankelijk van je leeftijd, je ervaring en hoe vaak je al jankend naar huis was gefietst met één foutje teveel. Been there, done that. Ik heb zelf ook meerdere keren op dat blauwe stoeltje gezeten, zwetend boven dat schermpje met die drukknoppen. En als je het antwoord niet wist? Dan keek je gewoon stiekem naar de reflectie van de rode of groene gloed in het raamkozijn — wie had een spiegel nodig?

Ondertussen paradeerde er een examinator langs de rijen alsof hij op zoek was naar criminelen in plaats van pubers met faalangst. Leren deed je uit een boekje, zwart-wit illustraties, geen toeters, geen bellen. Of je zat op zolder bij een rijschool — ergens tussen de oude kerstballen — dia's te kijken met zeven andere zwoegers. Ik zie het nog voor me: zoldertje van een tussenwoning, geur van koffie en zenuwen. Uiteindelijk slaagde ik dan toch. Hoera.

foto CBR

Fast forward: twintig jaar geleden bracht ik soms zelf leerlingen naar hun theorie-examen. Klein stukje service, kopje koffie erbij. En dan observeren — pure menskunde. Leerlingen die nog snel in hun boekje spieken, ouders die meer zweten dan hun kroost. Vervolgens werd de zaal opengesteld alsof het een ritueel was. Vijftig kandidaten, allemaal tegelijk naar binnen. En dan, een halfuur later, de grote uitslagronde. De examinator met een stapel papieren, gezicht als een begrafenisondernemer. "Helaas gezakt, volgende keer beter." Repeat. Soms klonk er ergens in de zaal een "Gefeliciteerd!", maar meestal... vijftig man erin, vijftig man eruit, nul geslaagd. Alsof het de bedoeling was.

En nu? Nu is het allemaal hightech. Theorie-examen 2.0. Alles digitaal. Mooie touchscreen, fancy beveiliging. Maar guess what? Ook de fraude is mee-geëvolueerd. De turbo-methode, voorzegsystemen, oortjes in, brillen met camera’s — het is alsof James Bond zelf zijn rijbewijs probeert te halen. En het ergste: iedereen vindt het wel best.
Op 7 april jongstleden, de nieuwe norm: 50 vragen, maximaal 6 fout. En ja hoor — kandidaten zakken harder dan een baksteen in een vijver. Vijftien fout, schouders ophalen, “Ach ja, jammer dan.” Geen idee van verkeersregels, geen begrippenkennis, laat staan uitzonderingen. Alles te moeilijk, want de jeugd zit liever met TikTok op de achterbank dan met hun neus in een theorieboek.

We zijn inmiddels wel doordrongen van het feit dat de theorie cruciaal is. Misschien zelfs belangrijker dan het praktijkexamen. Maar ja, de leerling van nu? Die leert niet meer. Die consumeert. Zombies achter een scherm, korte aandachtsspanne, alles moet snel, makkelijk en liefst zonder nadenken.

En daar komt het: het is tijd voor verandering. Weg met dat online geneuzel. Theorie terug naar de rijschool. Klassikaal. Discussies, vragen stellen, écht inzicht opbouwen. Een docent die je niet alleen lesgeeft, maar je uitdaagt, triggert om na te denken. Theorie moet geen trucje zijn, maar een vaardigheid.

De grote vraag: wanneer gaat de deur open voor échte verkeersveiligheid? En nog belangrijker: wie staat er met twee handen op de klink om 'm dicht te houden?

maandag 7 april 2025

 Trucjes zijn geen verkeersinzicht


Inleiding

De rijopleiding in Nederland staat onder druk. De focus is verschoven van het ontwikkelen van verkeersinzicht naar het zo snel mogelijk behalen van het felbegeerde roze pasje. Alles lijkt verbonden met een verdienmodel waarin het halen van het examen belangrijker is dan de weg ernaartoe. Dit heeft invloed op de kwaliteit van het onderwijs, de motivatie van de leerling, en uiteindelijk ook op de verkeersveiligheid. Maar wie durft dat hardop te zeggen?


1. De illusie van slagen

Slagen is geen garantie voor kunnen rijden. Toch draait alles om dat moment: het CBR-examen. Ouders willen een kind dat 'in één keer slaagt', rijscholen pronken met hun slagingspercentages, en leerlingen volgen het pad van de minste weerstand. Maar als meer dan 60% zakt voor de theorie, moeten we ons afvragen of we de juiste dingen onderwijzen. Of onderwijzen we enkel om te laten slagen?

Tegelijkertijd ontstaat er een ongemakkelijke situatie: het lijkt soms alsof de leerling niet mag zakken. Een herexamen kost tijd, geld en imago. Rijscholen voelen de druk, instructeurs voelen de druk, en zelfs de examinator voelt deze soms. Maar betekent dit dat we de lat lager moeten leggen? Of juist dat we het hele systeem onder de loep moeten nemen?


2. Aangeleerd gedrag en het examenmodel

Een leerling leert vaak wat nodig is om het examen te halen, niet wat nodig is om echt veilig en zelfstandig te rijden. Er ontstaat aangeleerd gedrag dat past binnen het CBR-model. Examinatoren zijn hier niet ongevoelig voor, zeker niet wanneer de tijdsdruk hoog is. Het examen wordt zo een toneelstukje, waarbij gedragingen worden vertoond die soms weinig zeggen over de echte rijvaardigheid.


3. Theorie: Het vergeten fundament

De rijopleiding rust op twee pijlers: praktijk én theorie. Maar terwijl er op de praktijk streng wordt toegezien, laat het CBR de theorie grotendeels los. Het resultaat is een wildgroei aan turbotheoriecursussen die beloven dat je "in één dag kunt slagen" — zonder werkelijk begrip van verkeersregels of situaties. Het draait om scoren, niet om snappen. Ezelsbruggetjes in plaats van inzicht.

En dat is gevaarlijk. Want theorie ís het fundament. Het bepaalt hoe iemand situaties inschat, risico’s herkent en keuzes maakt nog vóór er een stuur wordt aangeraakt. Wie dit onderdeel afdoet als formaliteit, speelt met de verkeersveiligheid van morgen.

In Duitsland hebben ze dat beter begrepen. Daar zijn theorielessen verplicht bij erkende rijscholen. Leerlingen krijgen onderwijs van bevoegd personeel, in een didactisch verantwoorde structuur. Theorie is daar onderwijs — geen obstakel. Waarom lukt dat in Nederland niet?

Opvallend genoeg stelt het CBR bij praktijk wél: "zoek een goede rijschool met een hoog slagingspercentage." Maar voor theorie? Geen sturing, geen selectie, geen waarborg. Alsof het er minder toe doet. Die tegenstrijdigheid is schrijnend.

Als we leerlingen écht goed willen voorbereiden, dan moet de theorie terug op waarde worden geschat. Maak het verplicht via erkende rijscholen of instructeurs. Niet om moeilijk te doen, maar om kwaliteit te garanderen. De theorie is geen bijzaak — het is de ruggengraat van verantwoord rijgedrag.


4. De instructeur in een keurslijf

In veel grote rijscholen heeft de instructeur steeds minder autonomie. Leerlingen krijgen les van meerdere instructeurs, gepland door een centrale planner. De vorderingen worden bijgehouden op een kaart die door iedereen gelezen moet kunnen worden. Dat klinkt praktisch, maar het haalt de ziel uit het vak. De instructeur verandert van coach in uitvoerder.

Metafoor: De instructeur is als een gids in een onbekend landschap, maar hij moet het pad volgen dat de kaart al heeft uitgestippeld. Er is weinig ruimte om te improviseren of in te spelen op de unieke behoeftes van de leerling.


5. Van vakmanschap naar verdienmodel

De bedrijfsvoering van grote opleiders is strak geregeld. Planning, productie, output. Maar het tempo van de leerling moet vaak meebewegen met het systeem — niet andersom. Het examen staat al klaar. Het lesplan wordt daar omheen gebouwd. Zo ontstaat aangeleerd gedrag dat lijkt op rijvaardigheid, maar vooral is toegespitst op het examen. Vakmanschap raakt ondergeschikt aan efficiëntie.


6. De generatie Z achter het stuur

Nieuwe generaties leerlingen leren anders. Ze zijn gevoelig voor groepsdruk, hebben een korte spanningsboog en denken meer emotioneel dan rationeel. Instructeurs moeten kunnen coachen, motiveren en aansluiten bij hun belevingswereld. Maar krijgen ze daar de opleiding voor? En de ruimte?


7. De cultuur onder instructeurs

Er zijn instructeurs die hun vak met liefde en toewijding uitvoeren, maar ook instructeurs die vooral les "draaien". Op sociale media ontstaat een strijd tussen vakmanschap en populariteit. Ervaren instructeurs raken gefrustreerd door TikTok-trucjes en snelle claims. Tegelijk zoeken beginnende instructeurs hulp in Facebookgroepen, met vragen als: "Wie heeft nog een lesplan?" Dat roept de vraag op: hoe stevig is de opleiding eigenlijk?


8. Het vak verdient erkenning

Rijinstructeurs werken lange dagen, eten vaak na 18.00 uur, hebben te maken met tijdsdruk en stress. En toch is er weinig maatschappelijke waardering. Misschien moeten we het geen 'instructeur' meer noemen, maar 'docent rijonderricht'. Want dat is wat het zou moeten zijn: een onderwijsvak, met echte impact.

De instructeur zit niet achterin, maar op de rechterstoel. Letterlijk en figuurlijk.


9. Één centrale opleiding?

Er zijn veel opleidingsinstituten voor rijinstructeurs, en de kwaliteit verschilt sterk. Waarom niet centraliseren? Een overheids- of semi-overheidsinstantie zou meer lijn kunnen brengen in de opleiding, het curriculum, en de didactiek. Het zou ook de status van het vak ten goede komen.


10. Tot slot: als het beter moet, moet het ook echt anders

We hebben de basis van veilig verkeer gereduceerd tot slagingspercentages en productiemodellen. Maar veilig leren rijden vraagt meer. Het vraagt visie. Rust. Tijd. Échte begeleiding. Duidelijkheid voor álle partijen: de leerling, de instructeur, de opleider en het CBR.

Als we echt iets willen verbeteren, dan moet het hele systeem opnieuw worden doordacht. Van theorie tot praktijk. Van opleiding tot beloning. Niet om ingewikkeld te doen, maar omdat de straat, de samenleving en het verkeer om mensen vragen die wéten wat ze doen. En die het geleerd hebben van iemand die hen écht onderwees.

Het is tijd voor herwaardering. Niet alleen van het rijbewijs, maar van het vak zelf.