maandag 28 juli 2025

"Examencijfers liegen niet. Het systeem wel."

Het theorie-examen: voor de één een makkie, voor de ander een drama

En hoe het systeem ons langzaam opbreekt

Stel je voor: je bent net begonnen met je rijopleiding. Na zo’n tien uurtjes rijden begint het al te kriebelen…
“Moet ik nu al m’n theorie halen?”
En dan bedoelen we niet alleen leren, maar écht: het officiële CBR-examen doen.

Je instructeur zegt nog nadrukkelijk:


"Je kunt ook gewoon rustig beginnen met leren, hoor. Je hoeft nog geen examen te doen."

Elke week een paar uurtjes studeren, in je eigen tempo. Je hebt goede boeken, en je rijschool – bijvoorbeeld Het Zicht – biedt ook nog een klassikale theoriecursus aan. Klinkt goed, toch?

Maar ja, zo gaat het meestal niet.

We gaan pas leren… een paar dagen van tevoren. Of nog erger: helemaal niet.
En dan volgt het “advies van de experts”:

“Doe maar een turbootje.”
Zo’n dagcursus. Om 06:30 uur beginnen, om 13:00 uur examen.

En dan?
Je zakt.
8 fouten te veel.

“Ongelooflijk… hoe kan dat nou?”

Volgende poging dan maar: wat video’s kijken op YouTube.
Misschien dat dat helpt?


Waarom lukt het zó vaak niet?

Leren kost tijd. Het werkt niet als je alleen maar de antwoorden op de vragen uit je hoofd leert.
Maar dat is precies wat we doen in die zaaltjes.
Samenvattingen?
Notities maken na het lezen van een hoofdstuk?
Herhalen?
Oefenexamens maken?
Nee joh, dat doen we niet meer.

En daar is ‘ie weer: het monster van de turbo-cursus.

Sommige leerlingen zijn een jaar lang bezig met hun theorie.
En in die tijd… stoppen ze met rijlessen. Want dat “heeft geen zin zonder theorie”.
En als ze het dan eindelijk halen?

“Dan wil ik wel gelijk afrijden, hè!”


Hoe kijkt de overheid hier eigenlijk naar?

Een oprechte vraag.
Wat vindt het CBR hier nou van?
Hebben ze geen mening, geen richting, geen koers?
Of mogen ze niets zeggen?
Of is het al lang beslist? Afgehamerd? Klaar?

Want wat blijkt:
Meer dan 61% van de kandidaten zakt bij de eerste poging voor het theorie-examen.

In godsnaam... hoe dan?

Het verdienmodel draait op volle toeren.
Big booming business.
En de verkeersveiligheid?
Die wordt laagprofiel weggemoffeld.
Als vuil.

Want dat is wat er gebeurt: het hele systeem wordt misbruikt.
Niet om veiliger verkeer te creëren.
Maar om te cashen.


Wat stellen we nog voor?

Het vak van rijinstructeur stelt – zo lijkt het – steeds minder voor.
Een trucje leren.
Beetje met je lesauto op TikTok.
Of filmpjes voor de likes op je socials.

Niet voor de leerling.
Niet voor de veiligheid.
Maar voor het bereik.

Ondertussen draaien we op retorische systemen waarvan we de uitkomst al kennen.
Leerlingen worden afgerekend op falen.

"Je keek niet in je dode hoek... gezakt."

Ga toch weg.

Ga actief met je leerling aan de slag.
Leer hem of haar iets.
Inzicht, reflectie, persoonlijke aandacht.
Daar gaat het om.


En ouders...

Stop met het zetten van druk.
Een rijopleiding kost geld. Punt.
Maar dat mag geen reden zijn om je kind onder stress te zetten.

En zeker geen reden om de instructeur te behandelen als een soort gebruiksvoorwerp:
"Regel het maar. Snel graag."

Dat gevoel groeit. Elke dag.
En het vreet aan het vak.


Tijd voor een nieuwe leerlijn

Het systeem moet op de schop.
We moeten naar een andere structuur in de opleiding.
Een heldere leerlijn of tijdlijn, met vaste stappen.
Ingebouwd. Geborgd.
Persoonlijk. Realistisch. Doordacht.

Als dat niet gebeurt?

Dan zakken we.
Diep. En muurvast.

 


zaterdag 26 juli 2025

“Instructeur in een marktcircus: realiteit van de rijschoolbranche”

Marketing regeert, vakmanschap verliest: een inkijk in de rijopleidingsindustrie

Als rijinstructeur kom je veel tegen — incidenteel, maar soms ook structureel. Wat mij al jaren opvalt, is hoe de marketing in onze branche een eigen leven is gaan leiden. Het is nog steeds aan de orde van de dag.

De rijopleiding is steeds vaker een verlengstuk van een verdienmodel geworden. Franchiseconstructies blijven bestaan, en de voorwaarden voor de instructeurs zijn vaak ronduit schraal: hoge afdracht, vaste verplichtingen, en weinig ruimte om het vak met overtuiging uit te oefenen.

Maar wat betekent dat voor de leerling? En misschien nog belangrijker: wat betekent dat voor de verkeersveiligheid?

De marketing rondom rijopleidingen is, om het vriendelijk te zeggen, bijzonder. Of mag ik het gewoon misleidend noemen? De meest bizarre kreten komen voorbij. Alsof rijles een weggeefactie is. Je zou je er als vakmens bijna voor gaan schamen.

Leerlingen worden onder druk gezet om snel te tekenen. Als het pakket maar wordt vastgelegd — handtekening eronder, in termijnen betalen? Geen probleem! Dat het je daardoor meer kost, hoor je pas later. Te laat met betalen? Dan volgt een boete.

En als je zakt? “Geen probleem, je krijgt een gratis herexamen.” Dat klinkt sympathiek, maar in werkelijkheid is het gewoon het standaardbedrag dat het CBR rekent (€130). Alleen: je moet dan wél opnieuw een pakket afnemen. En je instructeur moet dan ook nog vinden dat je “er klaar voor was”. Hoezo gratis?


Een blik achter het verkooppraatje

Neem bijvoorbeeld een lesovereenkomst van een aanbieder die belooft dat je je rijbewijs haalt in 24 bloklessen. Klinkt overzichtelijk, bijna gegarandeerd succes. Maar als je goed leest, blijkt het slechts een inschatting op basis van één proefles — geen enkele harde toezegging.

Er wordt geschermd met flinke kortingen (“tot wel € 381,- besparing”), maar die blijken gebaseerd op opgeblazen losse tarieven die vrijwel niemand ooit betaalt. Het voelt vooral als een lokkertje.

Ook het “gratis herexamen” is niet wat het lijkt. Dat krijg je alleen als je een volledig pakket hebt gevolgd én als je instructeur akkoord gaat. Bovendien: als je kiest voor betaling in termijnen, ben je soms meer dan € 500 extra kwijt ten opzichte van in één keer betalen.

De leerling tekent dus vaak voor een flink bedrag, onder druk, zonder alle voorwaarden echt te begrijpen. En als die dan voortijdig stopt? Dan worden alsnog de losse lesprijzen (tegen het hoogste tarief) verrekend.


Waar blijft de vakmens?

De instructeur die zijn werk serieus neemt, raakt in deze wereld makkelijk de weg kwijt. Kijk maar eens op TikTok: daar gaat het vooral om turbotheorie, “geslaagdfoto's” en likes — niet om leerprocessen, feedback of verkeersinzicht.

En ja, dan komt de leerling op de foto met een geforceerde glimlach. Twee dagen later is de naam van de instructeur alweer vergeten. En dat geldt vaak ook andersom.

Er is een stroming ontstaan in de branche waar veel instructeurs weerstand tegen voelen, maar waar je bijna niet aan kunt ontsnappen. En dan hoor je: “Er komen veranderingen.” Mooi. Maar hoe moeten wij, de mensen in het veld, dat precies zien?


En de overheid dan?

En dan is er nog de overheid — inclusief het CBR — die al jaren toeziet hoe dit zich ontwikkelt. Die weet hoe de markt werkt, hoeveel leerlingen te maken krijgen met misleiding, en hoe instructeurs klem komen te zitten. Natuurlijk zijn er plannen, pilots, herstructureringen. Maar ondertussen blijft het stil aan de basis. De instructeur die vakbekwaam is, wordt nauwelijks gehoord. De leerling krijgt geen bescherming tegen commerciële druk.

En verkeersveiligheid? Die komt in dit systeem pas op de derde plaats — na marketing en marge.

Tijd voor een keerpunt

De rijopleiding zou een vormingsproces moeten zijn, geen verkoopsprint. Maar zolang de belangen scheef liggen, blijven leerlingen, instructeurs én verkeersveiligheid ondergeschikt aan verdienmodellen.

Het is tijd dat er geluisterd wordt naar de mensen in het veld. Niet alleen naar de commerciële platforms of beleidsmakers op afstand, maar naar de instructeurs die dag in dag uit het verschil maken tussen 'net slagen' en écht veilig leren rijden.

Want als wij als beroepsgroep niet opstaan, wie doet het dan?

donderdag 24 juli 2025

"Theoriecursussen als verdienmodel: een stille ramp"


"Theorie in een Dag: Zet Je Verstand op Uit, Dan Kom Je Er Wel"

Welkom in het land waar verkeersveiligheid wordt ingeruild voor winst, en kennis voor ezelsbruggetjes. Waar het behalen van je theorie-examen vooral een kwestie is van de juiste trucjes op het juiste moment — alsof het een goochelshow is, en geen voorbereiding op het deelnemen aan het verkeer.

De slogans zijn inmiddels bekend: “100% slagingsgarantie”, “boeken niet nodig”, “in één dag je theorie”. En mocht je toch zakken — want ja, dat gebeurt — dan krijg je gewoon een gratis herexamen. Want falen is óók een verdienmodel. Wat maakt het uit dat ruim 60% van de kandidaten de eerste keer zakt? Het systeem draait vrolijk door. Over hoe vaak ze daarna nog zakken, hebben we het liever niet. Laten we het gewoon een beetje magisch houden.

En het CBR? Die vindt het allemaal prima. De overheid? Kijkt weg. Toezicht? Nul. Alles lijkt in orde zolang de loketten vol zitten en de cijfers op papier kloppen. Iedereen tevreden. Behalve misschien de verkeersdeelnemer die straks naast zo iemand op de snelweg rijdt. Maar ja, dat is pas later een probleem.

Instructeurs? De goede haken af. Al die professionals die wél geloven in vakmanschap, in gedegen opleiden, in échte verkeersinzicht… ze raken opgebrand. Ze gooien het bijltje erbij neer. Waarom zou je nog uitleggen wat een uitwijkroute is als je cursisten alleen willen weten welk antwoord er op de toets staat? De nieuwe generatie instructeurs houdt het gemiddeld 2 tot 3 jaar vol. Daarna vertrekken ze — richting een beroep met meer respect, betere voorwaarden, en minder absurditeiten. En eerlijk gezegd: wie kan het ze kwalijk nemen?

Maar er gloort hoop. Misschien. Ooit. Ergens in de toekomst. Over een paar jaar komt het nationale lesplan voor de rijopleiding, mét leerlingvolgsysteem. Een mooie gedachte. Alleen: denk je echt dat dát de omslag gaat brengen? Als het systeem dat erboven hangt rot is, redt een volgsysteem niemand. Je kunt de rotte appel wel in plakjes snijden, maar hij blijft rot.

We zijn niet aan het verbeteren, we zijn aan het verliezen. We verliezen de inhoud, de integriteit van het vak, en misschien wel het vertrouwen dat dit ooit weer goedkomt. Het lijkt erop dat we de verkeersveiligheid hebben overgeleverd aan de vrije markt — en de markt wil maar één ding: volle klassen en snelle omzet.

Dus ja, schrijf je snel in voor die dagcursus. Zet je verstand op uit. Leer niks. Slaag misschien. Want dat is waar het tegenwoordig om draait.


Trust



Laat je instructeur niet vallen...

Daar begin je dan, aan je rijopleiding. Wat kun je verwachten? Moeilijk te zeggen, want het is iets abstracts. Je komt binnen met je eigen beeldvorming over autorijden. Misschien heb je eens meegereden met je vader, of een lesje gehad van een bevriende instructeur. Dat beïnvloedt je verwachtingen — logisch — maar het is niet de realiteit van echt leren rijden.

Je leerstijl is niet de makkelijkste. Je bent theoretisch sterk, maar het hele leerproces voelt soms ingewikkeld. Geen probleem, kerel. Geduld is het sleutelwoord. Volgens het CBR zou je gemiddeld 43 uur nodig hebben — blijkbaar hebben ze daar een glazen bol.

In de lessen krijg je feedback die draait om veiligheid. Instructies worden gegeven met respect, begrip en een flinke dosis geduld. Je leert op jouw tempo. Geen haast, geen druk. En ook al leeft er buiten de auto soms een verwachting — vanuit je omgeving, je ouders misschien — binnen de les gaat het om jou, en hoe jij vooruitkomt.

Je bent geen prater, alleen als het moet. Je doet de dingen op je eigen manier. Stap voor stap, rustig, geconcentreerd. De grootste uitdaging? Meedoen. Vlot rijden, snel verkeerssituaties herkennen en ondertussen sociaal meebewegen in het verkeer — dát is de echte puzzel. Want het moet veilig én vloeiend gaan.

En dan komt het moment dat je thuiskomt na de les. “Hoe ging het?”, vraagt iemand. Goed bedoeld, maar voor jou voelt het als druk. Je antwoordt kort: “Goed.” Totdat er een nieuwe factuur binnenkomt, en dan komt de vraag: “Is er al zicht op een examen?”

Voor jou misschien een logische vraag. Maar voor je instructeur kan die binnenkomen als een donderslag bij heldere hemel. Want hoezo ineens een examen? We zijn nog volop bezig met het vormen van jouw verkeersinzicht. Het gaat niet om parkeren of een trucje. Het gaat om jouw groei, jouw verkeershouding — jouw ‘verkeersmodule’, zou je kunnen zeggen. En die module vinden, dat is gewoon pittig.

Maar goed, de vraag is gesteld. We praten erover, open en eerlijk. Respectvol. Je hebt gewoon tijd nodig — en dat is oké. Na een telefoontje met je moeder ontstaat er wat meer begrip voor je leerproces. Maar tóch blijft er een klein vleugje ongeduld hangen.

Ze stelt vragen, wil weten hoe het gaat. Maar als er weinig terugkomt van jouw kant, dan ontstaat er ruis. We gaan je niet afvallen of je ‘downgraden’ — dat is nergens voor nodig. Maar een eerlijk antwoord komt er wel. Niet over parkeren, maar over je beleving, je groei.

Je moeder is nu iets wijzer. Ze begrijpt beter waar je staat.

En wat we daaruit kunnen halen? Dat communicatie alles is. In de auto. Thuis. Tussen leerling en instructeur. Tussen ouder en kind. Want juist als het moeilijk gaat, moet je elkaar blijven vinden.

Laat je instructeur dus niet vallen. Want die loopt met je mee. Stap voor stap, jouw tempo, jouw weg.

dinsdag 15 juli 2025

"Rijlesmarketing ontleed: wat zeggen ze nou écht?"


Hoe loze kreten de rijschoolwereld overspoelen – en wat jij ermee moet (of juist niet)

Rijlessen zijn al duur genoeg, maar tegenwoordig betaal je ook onbewust voor een flinke portie marketingonzin. Termen als “unieke lesmethode”, “persoonlijke aandacht” en “CBR-gecertificeerd” vliegen je om de oren. Maar wat betekenen ze eigenlijk? Spoiler: vaak helemaal niets.

In dit artikel duiken we in de wereld van rijschoolreclame. We zetten de 29 meest holle, misleidende of gewoon lachwekkende kreten voor je op een rij. Niet om te bashen, maar om bewust te maken. Want wie zijn rijbewijs wil halen, verdient duidelijkheid – geen loze beloftes in een glanzend jasje.

🚫 De 29 Stomste Marketingkreten uit de Rijschoolwereld

“Waar marketing de handrem niet kent.”

🧠 Loze beloften

Unieke lesmethode – iedereen heeft een “unieke” manier van gas geven blijkbaar.

Hoog slagingspercentage – zonder bron of context. Misschien tellen ze de herkansingen niet mee?

Snel je rijbewijs halen – snel klaar, maar rij je dan ook echt goed?

Kwaliteit boven kwantiteit – behalve bij actiepakketten.

De kortste weg naar je rijbewijs – rechtstreeks via marketingland.

100% tevredenheidsgarantie – tot je examen zakt.


🏅 Nep autoriteit & keurmerken

CBR-gecertificeerd – bestaat niet. Punt.

CBR-specialist – dat zijn ze bij het CBR zelf.

Gecertificeerde instructeurs – ja, anders mogen ze niet eens lesgeven.

Gespecialiseerd in faalangst – maar waaruit blijkt dat precies?


🤹‍♂️ Vage vaagtaal

Persoonlijke aandacht – logisch, tenzij je met z'n drieën achterin zit.

Maatwerk – net als elke andere les eigenlijk.

Flexibele agenda – tussen 13:00 en 15:00, doordeweeks.

Rijles op maat – noemen we normaal gesproken gewoon “rijles”.

De leerling bepaalt het tempo – totdat je examen moet plannen.

Altijd dezelfde instructeur – tenzij hij ziek, op vakantie of met pensioen is.

Altijd nieuwe lesauto's – nieuw sinds 2022.


💸 Trucjes met geld

Gratis proefles – die gratis is als je je inschrijft.

Betaal in termijnen – oftewel: je betaalt.

Betaalbare rijlessen – betaalbaar voor wie?

Transparante tarieven – tot je het lespakket moet “aanvullen”.


❤️ Emotioneel gebrabbel....

Wij leren je écht autorijden – in tegenstelling tot...?

Jij staat centraal – dat zou wel moeten ja, het is jouw rijles.

100% focus op jouw leerproces – tenzij de telefoon gaat.

De beste rijschool van [plaatsnaam] – volgens wie? Je moeder?

Rijlessen met passie – maar zonder vakdidactiek.

Geen wachttijden – behalve bij het CBR en je eigen agenda.

3. “Slagingsgarantie, unieke methode, transparantie? Aan m’n hoela!”

Misleidende marketing in de rijschoolwereld – het nieuwe normaal?

Misleidende marketing — het lijkt haast het nieuwe normaal in de rijschoolwereld. Van gladde reels tot misleidende advertenties op statische websites: rijlessen worden verkocht alsof het om een pakketje van Bol.com gaat. En nee, een “rijopleiding” mag je het eigenlijk niet eens meer noemen.

Overal zie je holle kreten:

 “Gecertificeerde instructeurs”,
“Unieke lesmethode”,
“Examen-garantie”,
“Persoonlijke begeleiding op maat”,
“100% transparant”,
“Hoog slagingspercentage!”

Maar wat betekent het eigenlijk? Wie controleert het? En wie durft nog eerlijk te zijn?

Schreeuwende content, weinig inhoud

Voor een paar euro per dag koop je een advertentie en ben je ineens de beste rijschool van Nederland. Jongeren van 16, 17 jaar die over hun telefoon scrollen worden overspoeld met gladde praatjes. En ouders — die vertrouwen op wat er op het scherm verschijnt — trappen er ook regelmatig in.

Een van de vele uitspraken die ik voorbij zag komen:

“Haal je jouw rijbewijs gemiddeld 60% sneller dan via een gewone rijschool.”

Serieus? Waar is dat op gebaseerd? En wie controleert dit soort claims?

 De schimmige constructies

Wat dacht je van de zogenaamde “rijscholen” die feitelijk bemiddelaars zijn? Ze hebben geen CBR-nummer, geen eigen instructeurs, maar doen zich wel zo voor. Het slagingspercentage? Niet te vinden. Instructeurs? Vaak onderbetaald, soms net uit de opleiding, en zonder enige inspraak in het lestraject.

Het zijn cowboys, vermomd als keurige bedrijven. En het ergste: ze draaien gewoon mee in het systeem — zonder enige vorm van transparantie of toezicht.
 De theorie: zelfde verhaal

Ook bij de theorie hoor je dezelfde verkooppraatjes:

“Slaag in één dag”,
“Unieke theorie-aanpak”,
“100% succesgarantie”.

Ondertussen zakt 61% van de kandidaten keihard bij de eerste poging. De lesstof wordt niet uitgelegd, maar uit het hoofd geleerd. En wie het niet haalt, is zelf de dupe — niet de aanbieder.

Waar zit het echte probleem?
Geen controle op wie zich rijschool mag noemen
Geen toezicht op misleidende marketing
Geen transparantie over slagingspercentages van bemiddelaars
Geen bescherming van leerlingen en ouders die vertrouwen op de verkeerde info

Ondertussen zijn het de échte instructeurs die de schade mogen opvangen. Zij moeten jongeren heropvoeden, fouten herstellen, en motiveren wat de marketing vooraf kapot heeft gemaakt.

 En de oplossing?

We kunnen blijven klagen — of het systeem helpen veranderen. Enkele ideeën:

1. Nationaal lesplan + leerlingvolgsysteem
Eén structuur, één standaard. Geen cowboy-methodes meer.

2. Registratieplicht voor bemiddelaars
Iedereen die leerlingen aanneemt moet geregistreerd staan bij het CBR.

3. Beschermde titel 'rijschool'
Geen verkapte platforms meer die zich als officiële rijschool voordoen.

4. Onafhankelijke, verplichte transparantie
Echte slagingspercentages. Echte controle. Geen opgepoetste verhalen.

5. Mediawijsheid voor jongeren & ouders
Leer hoe je echte kwaliteit herkent — en hoe je bullshit kunt doorprikken. 

Tot slot
De rijschoolwereld is een verdienmodel geworden, dat was al langer zo. Maar nu wordt het steeds brutaler. Alles draait om omzet, marketing en snelle verkoop. De leerling? Die wordt te vaak als klant behandeld, niet als toekomstig bestuurder.



zaterdag 12 juli 2025

“Snel je rijbewijs? Alleen als je in sprookjes gelooft.”

29% slaagt. Maar je krijgt wél een gratis herexamen.

Welkom in de rijschoolbranche anno nu – waar marketing regeert en kwaliteit bijzaak is.

Snel je rijbewijs halen?
Korting op je rijles?
Gratis herexamen?
Morgen al starten?

Tuurlijk. En als je nu bestelt, krijg je er ook een luchtdrukcompressor bij.
Wat je nergens leest: 1640 examens afgenomen.
Slechts 29% slaagt.

Maar de verkooppraatjes blijven komen. “Doelgerichte methode”, “je leert sneller als je vaker lest”, “gespreid betalen”. Alles om het te laten lijken alsof je binnen een maand klaar bent. Alsof dat rijbewijs een formaliteit is.

De realiteit: 7 van de 10 zakt gewoon

En dan krijg je dus dat zogenaamde “gratis herexamen onder voorwaarden”. Wat die voorwaarden zijn? Extra lessen kopen. Binnen een bepaalde termijn zakken. Of een instructeur die toevallig z’n dag heeft. Lekkere voorwaarden.

De “vakbekwame instructeur”? Ja, koekoek. Soms lijkt het meer op een ex-taxichauffeur met een bijbaantje. Of iemand die nog nooit gehoord heeft van leerstijlen, faalangst of feedback. Maar hij mag wel lesgeven. Want ja, papieren zijn er. En toezicht? Nauwelijks.

Nepreviews en sprookjes

Op de site lees je de ervaringen van “Kevin uit Haarlem”:

“Ik had rijangst en ben in 5 lessen geslaagd! Super aardige instructeur en fijne auto!”

Sure, Kevin. En ik ben Max Verstappen in een lesauto.
Het stikt van dit soort neppe beoordelingen. Geen achternamen, geen controleerbaarheid, alleen clickbait. Alles om de indruk te wekken dat slagen kinderspel is – zolang je maar bij hén lest.

Ondertussen staat Kevin gewoon in de wachtkamer bij het CBR, met trillende handen, voor z’n derde herexamen.

Het gaat niet meer om leren – het gaat om verkopen

En dat zie je aan alles.
– Glanzende websites.
– Proeflessen met korting.
– “Slaaggaranties” die nergens op gebaseerd zijn.
En de leerling? Die heeft geen idee waar hij aan begint. Geen plan. Geen route. Geen transparantie. Alleen maar een meter die doortikt.

Tijd voor een harde reset

En die reset lijkt er – eindelijk – aan te komen.

De overheid ziet het ook: de branche is stuurloos.
De eerste stappen zijn er:

  • Het Nationaal Lesplan komt in beeld als verplicht fundament.
  • Een leerlingvolgsysteem moet inzicht geven in de voortgang. Niet alleen voor de instructeur, maar ook voor ouders en leerlingen.

Dat zijn de eerste bouwstenen van een nieuwe rijopleiding. Geen trucjes meer. Geen gokken. Maar opbouw, inzicht en structuur. En ja, dat betekent dat sommige rijscholen moeten gaan kiezen: óf professionaliseren, óf verdwijnen.

En dan?

Dan moet het tempo omhoog:
– Verplicht een stevige, didactische instructeursopleiding met hercertificering.
– Echte transparantie over voortgang en niveau.
– Weg met turbotheorie en dagcursussen die slechts trucjes aanleren.
– Actief toezicht op rijscholen die de boel voor de gek houden met slogans als “in één keer slagen” bij 29% succes.

Samengevat?

De leerling verdient beter. De ouders verdienen beter.
En het verkeer – waar we die leerlingen straks in loslaten – verdient véél beter.

Zolang we dit blijven verkopen als een Groupon-deal, blijft de schade onzichtbaar. Tot het te laat is.
En Kevin? Die mag het nog eens proberen. Voor de vierde keer.

vrijdag 11 juli 2025

"Slagen in één keer – maar zijn we dan echt geslaagd?"

CBR-leiders komen en gaan, maar de cowboys blijven
.
Het klinkt logisch: wie in één keer slaagt, maakt ruimte vrij voor de volgende leerling. Het is efficiënt, overzichtelijk, en voelt als een succes. Natuurlijk is dat ook het streven – voor de leerling, de instructeur, en voor het systeem.

Maar toch. Moet je eigenlijk per se in één keer slagen?
Ik weet het niet zo zeker.

Zakken is teleurstellend, absoluut. Het raakt de motivatie van de leerling, het frustreert ouders, en het zet druk op de instructeur. Maar zakken is óók een leermoment. Soms leer je juist dan het meest – als je even door de ondergrens zakt en ziet wat je écht nog niet beheerst. Gelukkig hebben we examinatoren die het kaf van het koren scheiden. Die de 'bad guys' er wel tussenuit halen. 

Toch wringt er iets. Want als je naar de slagingspercentages van sommige grote rijschoolconstructies kijkt, zie je cijfers waar je wenkbrauwen van fronsen: meer dan 4000 examens en dan een slagingspercentage van 36%. Dan is de vraag: wat gaat daar mis?

En kijk ook naar de theorie. Daar zakt gemiddeld 60% van de kandidaten. Structureel. Al jaren. Maar we lijken dat te hebben geaccepteerd. Alsof het er gewoon bij hoort. “Ze slagen uiteindelijk toch wel?” Maar als zóveel mensen de eerste keer zakken, zegt dat dan niet iets over hoe we theorie onderwijzen? Of over de waarde die eraan wordt toegekend? Want als de basiskennis niet beklijft, wat betekent dat dan voor de praktijk?

Ligt het aan de leerling? Aan de begeleiding? Of ligt het dieper?
Lesmethodiek speelt zeker een rol
Een goede lesmethodiek zorgt voor structuur, herhaling, inzicht en reflectie. Het leert een leerling niet alleen hoe je moet handelen, maar vooral waarom. Maar wanneer lesgeven verandert in drillen, gebeurt er iets anders. Dan ontstaat er een soort robotgedrag: leerlingen voeren handelingen uit omdat ze het zo geleerd hebben – niet omdat ze begrijpen wat ze doen.

En ja, dat kan genoeg zijn om te slagen. Zeker als het examen wordt benaderd als een test die je moet halen, in plaats van een bevestiging van verkeersrijpheid. Maar dan hebben we een ander probleem.
Het verdienmodel en het systeem sturen mee.

Rijscholen moeten geld verdienen. Tijd is geld. Snel slagen is goedkoper voor de leerling en gunstig voor de school. Dus ontstaat er druk om leerlingen examenklaar te maken – niet noodzakelijk verkeersklaar. Examentraining in plaats van verkeersopvoeding.

En het CBR-systeem, hoe zorgvuldig ook, beoordeelt op één moment. Op gedrag. Niet op ontwikkeling of verkeersinzicht op de lange termijn. Het kán dus prima dat een leerling net genoeg kunstjes kent om te slagen, terwijl het fundament wankel is.
Daar zit de pijn: het systeem beloont het drillen – zelfs als het ten koste gaat van kwaliteit.

En dan nog iets: motivatie is alles
We kunnen als instructeurs nog zo goed ons best doen, met een duidelijke aanpak, structuur en geduld – maar zonder motivatie van de leerling is het trekken aan een dood paard. En laten we eerlijk zijn: wij zijn geen leerplichtambtenaren.
We kunnen leerlingen ondersteunen, begeleiden, stimuleren, maar we kunnen ze niet dwingen om te willen leren. Als er geen intrinsieke wil is om het verkeer echt te begrijpen, om verantwoordelijkheid te nemen, dan valt zelfs de beste lesmethodiek om.

En toch voelen we soms wél die druk: van ouders, van rijscholen, van verwachtingen. Alsof we verantwoordelijk zijn voor iets dat uiteindelijk bij de leerling zelf hoort. Maar motivatie kun je niet afdwingen – die moet van binnenuit komen.
En dan is het slagingspercentage een vals kompas.

Onder collega’s wordt het slagingspercentage vaak besproken. Soms als competitief element: wie scoort net wat beter dan de ander? Maar wat zegt dat cijfer nou echt?

Een instructeur met een eerlijk lespakket en een breed publiek scoort misschien lager dan iemand die zijn kandidaten selecteert op talent en motivatie. En iemand met 90 examens per jaar en 30% slagingspercentage? Daar fronst iedereen bij – en terecht. Maar die cijfers zijn zelden volledig zonder context.

En nu? De directeur vertrekt… en de cowboys blijven?
De voormalig directeur van het CBR riep ooit: “De cowboys moeten eruit en het slagingspercentage moet omhoog.” Mooie woorden. Maar inmiddels verlaat diezelfde directeur het gebouw – en de cowboys? Die zijn er nog steeds. Instructeurs die snel geld willen verdienen, leerlingen die te weinig begeleiding krijgen, constructies die draaien op aantallen in plaats van kwaliteit.
En ondertussen blijft de druk bestaan. “Je mag eigenlijk niet meer zakken.” Dat is iets wat weleens letterlijk gezegd wordt – of in ieder geval gevoeld. Alsof falen niet meer mag. Terwijl het soms juist essentieel is om echt te leren.

De vraag is: wie wordt de volgende leider – bij het CBR én in de rijschoolwereld zelf?
Wie gaat kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit? Voor inzicht boven trucjes?
Want als de cultuur niet verandert, maakt een nieuwe naam bovenaan het briefpapier weinig verschil.

Tot slot
Slagen is mooi. In één keer slagen is efficiënt.

Maar de echte vraag blijft: leren we mensen rijden, of leren we ze slagen?

donderdag 10 juli 2025

"Turbo-theorie en ouderlijke druk: waar gaat het mis?"



De rol van ouders in het leerproces van hun kind bij de rijopleiding

Ouders zijn een belangrijke spil in het leerproces van hun kind. Natuurlijk willen ze het beste voor hun zoon of dochter: ze willen dat ze slagen, dat ze veilig leren rijden en dat ze met trots kunnen zeggen: "Mijn kind heeft het gehaald." Maar elk kind is anders. Na achttien jaar in de maatschappij heeft ieder kind zijn of haar eigen leercurve en leerstijl ontwikkeld. Die verschillen zijn groot en vallen grofweg onder te verdelen in psychomotorische en cognitieve stijlen.

Wanneer een kind begint aan de rijopleiding, komt die leerstijl pas echt duidelijk naar voren. En dan merk je als ouder – en als instructeur – hoe complex dit leerproces kan zijn. De een leert snel, de ander worstelt weken met de basis. Wat daarbij vaak onderschat wordt, is de bediening van de auto.

Veel ouders herinneren zich die fase niet eens meer. Voor hen voelt het allemaal vanzelfsprekend: gas, koppeling, remmen, schakelen… “Dat doe je toch gewoon?” Maar dat is een misvatting. De bediening is een intensief proces waarbij handen, voeten, timing en volgorde naadloos op elkaar afgestemd moeten worden. Voor veel leerlingen is dit het moeilijkste onderdeel van de rijopleiding. Ja, er zijn uitzonderingen die het in tien uurtjes onder de knie hebben – net zoals vroeger – maar het merendeel doet daar aanzienlijk langer over.

Het vraagt geduld. Veel geduld. Liefde voor de auto, rust, vertrouwen. En dat ontbreekt nog weleens – bij de leerling, bij de instructeur, maar zeker ook bij de ouders. Want als de vorderingen uitblijven, ontstaat er druk. Vragen als “Ben je al op de snelweg geweest?” of “Heb je al een theorie-examen gepland?” zorgen voor onbedoelde stress. De prestatiedruk groeit, en het leerproces blokkeert.

Die druk begint vaak al bij de theorie. De gekozen methode zegt veel. Wordt er gekozen voor een turbo-cursus? Alles-in-één-dag, zonder verdieping, zonder echte inspanning? Dan krijg je vooral resultaatgericht leren, maar geen inzicht, geen veiligheid, geen kennis voor de lange termijn. Veel ouders vinden dat prima, want het werkt toch? Maar werkt het ook écht?

Het verdienmodel overheerst, en het kind past zich aan. Ouders willen snel resultaat, de samenleving verwacht snelheid, scholen trainen op cijfers, niet op begrip. Alles moet snel, efficiënt, “klaar.” Maar rijlessen – en zeker verkeersinzicht – vragen juist om het tegenovergestelde: vertraging, verdieping, herhaling en geduld.

Ik zeg dit niet uit kritiek, maar uit ervaring. Als instructeur zie ik dagelijks hoe het leerproces van een leerling beïnvloed wordt door alles om hem of haar heen. En ik vraag me af: weten ouders eigenlijk wel hoe dat proces verloopt? Of hóe belangrijk hun rol daarin is?

Zal het ooit veranderen? Ik weet het niet. Mijn twijfels zijn groot. Maar ik weet één ding zeker: zonder geduld, begrip en tijd – van ouders, van instructeurs en van de leerling zelf – komt er van echt leren weinig terecht.




zaterdag 5 juli 2025

“De Rijopleiding Wankelt”




 

Structuur in je rijlessen – of het slappe koord van de rijopleiding

Rijles zonder structuur is als leren zwemmen zonder water: het werkt niet. Toch wordt het belang van structuur vaak onderschat – of erger nog: weggezet als kinderachtig of overdreven. Door leerlingen, ouders, en zelfs binnen de branche. Terwijl structuur niet het probleem is, maar juist de oplossing.

In elke stap van het leerproces zit structuur. En dat moet ook. Want autorijden leer je niet "even tussendoor". Niet met een trucje. Niet met een YouTube-filmpje of een turbo-cursus. Maar met herhaling, inzicht en verantwoordelijkheidsgevoel – en dat vraagt om rust, tijd en richting.

Structuur is veiligheid

Structuur is geen beperking. Het is je fundament.
Het zit in alles:

  • De volgorde van bedienen: sturen, gas, remdruk, koppelen, schakelen – met gevoel en controle.
  • De kijktechniek: tijdig, breed, bewust.
  • De verkeersregels: volgafstand, kijkgedrag bij kruispunten, positie op de weg.

En ja, dat voelt in het begin onnatuurlijk. Soms zelfs frustrerend.
Maar wie leert rijden zonder structuur, leert niks. Dan ben je aan het overleven, niet aan het leren.

Het mag soms bijna militaristisch klinken:
“Geef acht. Geen discussie. Punt.”
Want dit gaat niet om een kunstje. Dit gaat om veiligheid. Voor jezelf én voor anderen.

Zonder structuur gaat het mis

Iedereen kent ze: de leerlingen die zakken op het examen.
Niet omdat ze dom zijn.
Niet omdat ze “gewoon pech” hebben.
Maar omdat ze nog niet vaardig genoeg zijn.

Zenuwen? Natuurlijk speelt dat een rol.
Maar wie écht vaardig is, blijft overeind.

En laten we eerlijk zijn:
We praten niet over een handjevol leerlingen. We praten over honderdduizenden.
Honderdduizenden die de afgelopen jaren gezakt zijn voor het rijexamen B.
Dat zijn niet alleen teleurstellingen – het gaat ook over miljoenen euro’s aan herexamens, extra lessen, stress, frustratie en uitstel van zelfstandigheid.

Waarom? Omdat het leerproces te vaak wordt overgeslagen of afgeraffeld:

  • Ouders die de druk opvoeren: "Wanneer kan je examen doen?"
  • Leerlingen die zeggen: "Ik ben er wel klaar voor."
  • En een systeem dat zegt: "Prima – boek maar."

Maar rijvaardigheid is geen gevoel.
Het is een vaardigheid. En die ontstaat alleen met structuur, herhaling, begeleiding en tijd.

De branche: verdienmodel boven vakmanschap

Daarmee komen we bij een pijnlijk punt: de branche zelf.
Want hoe vaak hoor je deze termen?

  • Turbo-theorie
  • Snelcursus
  • Spoedopleiding
  • Examenpakket

Wat zegt dat eigenlijk?
Dat het draait om snelheid, volume, omzet. Niet om opleiden.

Heeft iedereen eigenlijk wel door wat die turbo-aanpak aanricht? Theorie leren in een ochtend – hoe dan?
Het niveau van de theoriekennis is soms om te huilen. De noodzakelijke chemie tussen theorie en praktijk komt totaal niet tot stand.
Er is geen empathie, geen diepgang, geen begrip van wat het werkelijk betekent om verantwoordelijkheid te nemen in het verkeer.

En toch: de overheid staat het toe. De Tweede Kamer laat het toe.
Iedereen vindt het prima. En de leerling? Die hoeft steeds minder te doen en wordt ook nog gesteund door ouders die het allemaal wel prima vinden – of simpelweg geen zicht hebben op het proces.

Dat is geen leeromgeving. Dat is een farce.

Leerlingen stappen naïef in met het idee: "Als ik maar even goed mijn best doe, haal ik het wel."
Wat ze niet weten: ze zijn onderdeel van een verdienmodel. En dat model is gebouwd op méér lessen, méér fouten, méér herexamens.

De agenda moet gevuld worden. Rijscholen draaien op volume.
En dat gaat ten koste van wat er écht toe doet:
Tijd, aandacht en didactische opbouw.

Een veranderende rijopleiding? Of meer van hetzelfde?

We staan aan de vooravond van mogelijke veranderingen in de rijopleiding. Er wordt gepraat over aanpassingen in de structuur, nieuwe eisen, betere begeleiding.

Maar eerlijk?
Ik ben bang dat het niet veel gaat veranderen.

De branche is te versnipperd.
De overheid houdt afstand.
En de samenleving wil snel, goedkoop en resultaat zonder investering.

Dus blijven we balanceren.
Op een slappe koord.
Tussen kwaliteit en commercie.
Tussen opleiden en verkopen.
Tussen wat goed is voor de leerling – en wat goed is voor de omzet.

Maar het kán anders.

Wat écht zou helpen?

  • Een landelijk raamwerk voor rijopleidingen: niet alleen in aantal lessen, maar in inhoud en leerdoelen.
  • Verplichte reflectiemomenten tussen leerling en instructeur: waar sta je, wat beheers je écht, wat nog niet?
  • Een eerlijke plek voor ouders als betrokkenen, niet als sturende krachten.
  • En vooral: het lef om tijd te nemen. Want rijvaardigheid gaat niet om snelheid, maar om diepgang.

Zolang die randvoorwaarden niet helder zijn, blijft de rijopleiding wankelen.
Tussen idealisme en verdienmodel.
Tussen wat moet – en wat verkoopt.

Vrijwilligheid: je kiest ervoor om te leren rijden

Er is nog iets dat vaak vergeten wordt:
Leren autorijden is vrijwillig.

Niemand is verplicht om zijn rijbewijs te halen.
Maar als je het wél wilt, dan kies je ook voor wat daarbij hoort: oefenen, fouten maken, reflecteren en beter worden.

En toch zie je steeds vaker leerlingen met een houding van: “Het moet gewoon even snel.”
Of ouders die zeggen: “Hij moet nú examen doen, want we hebben al zoveel betaald.”

Maar de realiteit is:
De instructeur is geen schooldocent met een leerplichtdocument onder de arm.
Er is geen CITO-toets, geen verplichte eindstreep.
Er is alleen een leerling die zelf moet willen.

De wil om te leren is de motor.
Zonder die wil kun je de beste instructeur, de mooiste auto of het slimste lesplan hebben — maar dan blijft het stilstaan. Letterlijk.

Leren rijden vraagt inzet, openheid, reflectie.
En als die basis ontbreekt, dan wordt het een eindeloze strijd.
Tussen leerling en instructeur.
Tussen ouders en realiteit.
Tussen verwachting en vaardigheid.

De leerling, de spiegel en de verwachting

Uiteindelijk draait alles om de leerling.
En dan niet alleen om wat hij doet in de auto – maar om hoe hij denkt, praat en reflecteert.

De communicatie tussen leerling en instructeur is essentieel.
Maar minstens zo belangrijk – en vaak onderschat – is de communicatie tussen leerling en ouders.

En wat valt daarbij op?

Het is niet altijd eerlijk.

Er wordt thuis vaak iets anders verteld dan wat er werkelijk in de auto gebeurt.
Er wordt verzacht, weggewuifd, gechargeerd of verhuld.
Niet per se met kwade bedoelingen – maar het maakt het leerproces troebel.

Mijn oprechte vraag:
Waarom kun je niet gewoon eerlijk zijn over je leerproces?
Waarom moet er worden gedaan alsof het “wel meevalt”, of alsof de fouten “de schuld van de auto, het verkeer of de instructeur” zijn?

Is de druk thuis zo groot?
Zijn de verwachtingen te hoog?
Of is het simpelweg makkelijker om te wijzen dan om te spiegelen?

Het gevolg is steeds hetzelfde:

  • Het beeld raakt vervormd.
  • De instructeur wordt niet serieus genomen.
  • En de leerling leert niet van wat hij meemaakt – maar leert vooral hoe hij zich staande moet houden in een systeem van verwachtingen.

En dan loopt het vast.
Want je kunt alleen vooruit als je ook achterom durft te kijken.
Als je durft te zeggen: "Ik vond dit moeilijk."
Of: "Ik snapte het niet meteen."

Dat is geen zwakte.
Dat is juist rijpheid.
Daar begint écht leren.

Iedereen leert anders – en daar moet je iets mee

Een anekdote die dit pijnlijk illustreert: een instructeur vraagt aan een jonge, beginnende leerling – nog niet eens geslaagd – of hij er niet over nadenkt om zelf rijinstructeur te worden. Hoe dan?

Ik begrijp het ergens wel: er is een tekort aan instructeurs. Maar als we het over de toekomst van de rijopleiding hebben, dan moeten we hier kritisch naar durven kijken.

Wat is eigenlijk een goede instructeur? Wat zijn de eisen? Wat zijn de leerdoelen binnen de instructeursopleiding? Hoeveel aandacht is er voor didactiek, psychologie, communicatie, en vakmanschap?

De opleiding tot rijinstructeur moet écht veel beter. Want alleen met sterke, breed opgeleide instructeurs kun je leerlingen écht begeleiden – op niveau, op maat, met inzicht in gedrag, houding en motivatie.

Iedere leerling heeft een andere leervoorkeur – gekoppeld aan karakter en persoonlijkheid.
In de rijopleiding wordt hier vaak te weinig rekening mee gehouden.

en ervaren instructeur voelt dit feilloos aan:
Wie leert visueel? Wie leert door te doen? Wie heeft vertrouwen nodig, wie structuur, wie juist vrijheid?

Maar een onervaren of onvoldoende bekwame instructeur loopt hierop vast.
Dan wordt er te snel geoordeeld, verkeerd bijgestuurd, of simpelweg langs elkaar heen gewerkt.
En dat leidt tot frustratie – bij de leerling én de instructeur.

Een goede rijopleiding begint dus ook bij pedagogisch en didactisch inzicht.
Niet alleen in hoe je rijdt – maar in hoe je leert.

Slagingspercentage: een systeemprobleem, geen individueel falen

CBR-directeur Alexander Pechtold zei het onlangs nog: “Had nog een paar lesjes genomen.”
Een uitspraak die op het eerste gezicht logisch klinkt. Maar het is ook erg kort door de bocht.

Het lage slagingspercentage (rond de 50%) is geen individueel probleem – het is een structureel signaal. Een signaal dat er iets wringt in hoe we opleiden, begeleiden en verwachtingen managen.

Want wat zegt die opmerking eigenlijk?

  • Dat de leerling te vroeg kwam.
  • Dat een paar lesjes het verschil hadden gemaakt.
  • En dus dat het ‘eigen schuld’ is.

Maar dat is te makkelijk.
Want waarom kwam die leerling te vroeg?

  • Omdat de druk hoog was?
  • Omdat ouders, rijschool of planning dat suggereerden?
  • Omdat er onvoldoende zelfreflectie of begeleiding was?
  • Of omdat het hele systeem eerder gericht is op plannen dan op opleiden?

Het echte probleem zit niet in de hoeveelheid lessen.
Het zit in de kwaliteit van de leslijn, de opbouw, de communicatie, de begeleiding en het eerlijke reflectieproces.

Simpelweg roepen “je had nog wat lessen moeten nemen” legt de schuld bij de leerling, maar negeert het falen van het systeem waar die leerling doorheen gaat.
Een leerling is geen verkeersdeskundige. Dat is de instructeur. En dat is – indirect – ook de verantwoordelijkheid van de branche en het CBR.

Als we willen dat het slagingspercentage stijgt, moeten we stoppen met naar de leerling te wijzen – en beginnen met het verbeteren van het traject waar die leerling doorheen gaat.

Hoe dan wel?

Je kunt op twee manieren leren rijden:

  1. Met gevoel, overtuiging, verantwoordelijkheid en geduld.
  2. Of door simpelweg het trucje te leren, het examen aan te vragen, en te hopen op een voldoende.

De eerste weg kost meer moeite, maar leidt tot zelfstandigheid en veiligheid.
De tweede is korter – maar eindigt vaak in teleurstelling.

Slotgedachte: het begint bij structuur

Als instructeur zie ik het dagelijks:
Leerlingen die willen, maar verdwalen.
Ouders die sturen, maar niet begrijpen.
En een systeem dat draait, maar niet opleidt.

De oplossing ligt niet in nóg meer snelcursussen, nóg meer pakketten of nóg mooiere websites.
De oplossing ligt in teruggaan naar de basis:
Structuur. Tijd. Eerlijkheid. En het lef om te zeggen: je bent er nog niet.

Want wie dát durft, leert écht rijden.
En wie écht leert rijden, slaagt.
Op het examen.
En daarna – in het echte verkeer.