Het klinkt logisch: wie in één keer slaagt, maakt ruimte vrij voor de volgende leerling. Het is efficiënt, overzichtelijk, en voelt als een succes. Natuurlijk is dat ook het streven – voor de leerling, de instructeur, en voor het systeem.
Maar toch. Moet je eigenlijk per se in één keer slagen?
Ik weet het niet zo zeker.
Zakken is teleurstellend, absoluut. Het raakt de motivatie van de leerling, het frustreert ouders, en het zet druk op de instructeur. Maar zakken is óók een leermoment. Soms leer je juist dan het meest – als je even door de ondergrens zakt en ziet wat je écht nog niet beheerst. Gelukkig hebben we examinatoren die het kaf van het koren scheiden. Die de 'bad guys' er wel tussenuit halen.
Toch wringt er iets. Want als je naar de slagingspercentages van sommige grote rijschoolconstructies kijkt, zie je cijfers waar je wenkbrauwen van fronsen: meer dan 4000 examens en dan een slagingspercentage van 36%. Dan is de vraag: wat gaat daar mis?
Ligt het aan de leerling? Aan de begeleiding? Of ligt het dieper?
Lesmethodiek speelt zeker een rol
Een goede lesmethodiek zorgt voor structuur, herhaling, inzicht en reflectie. Het leert een leerling niet alleen hoe je moet handelen, maar vooral waarom. Maar wanneer lesgeven verandert in drillen, gebeurt er iets anders. Dan ontstaat er een soort robotgedrag: leerlingen voeren handelingen uit omdat ze het zo geleerd hebben – niet omdat ze begrijpen wat ze doen.
En ja, dat kan genoeg zijn om te slagen. Zeker als het examen wordt benaderd als een test die je moet halen, in plaats van een bevestiging van verkeersrijpheid. Maar dan hebben we een ander probleem.
Het verdienmodel en het systeem sturen mee.
Rijscholen moeten geld verdienen. Tijd is geld. Snel slagen is goedkoper voor de leerling en gunstig voor de school. Dus ontstaat er druk om leerlingen examenklaar te maken – niet noodzakelijk verkeersklaar. Examentraining in plaats van verkeersopvoeding.
En het CBR-systeem, hoe zorgvuldig ook, beoordeelt op één moment. Op gedrag. Niet op ontwikkeling of verkeersinzicht op de lange termijn. Het kán dus prima dat een leerling net genoeg kunstjes kent om te slagen, terwijl het fundament wankel is.
Daar zit de pijn: het systeem beloont het drillen – zelfs als het ten koste gaat van kwaliteit.
En dan nog iets: motivatie is alles
We kunnen als instructeurs nog zo goed ons best doen, met een duidelijke aanpak, structuur en geduld – maar zonder motivatie van de leerling is het trekken aan een dood paard. En laten we eerlijk zijn: wij zijn geen leerplichtambtenaren.
We kunnen leerlingen ondersteunen, begeleiden, stimuleren, maar we kunnen ze niet dwingen om te willen leren. Als er geen intrinsieke wil is om het verkeer echt te begrijpen, om verantwoordelijkheid te nemen, dan valt zelfs de beste lesmethodiek om.
En toch voelen we soms wél die druk: van ouders, van rijscholen, van verwachtingen. Alsof we verantwoordelijk zijn voor iets dat uiteindelijk bij de leerling zelf hoort. Maar motivatie kun je niet afdwingen – die moet van binnenuit komen.
En dan is het slagingspercentage een vals kompas.
Onder collega’s wordt het slagingspercentage vaak besproken. Soms als competitief element: wie scoort net wat beter dan de ander? Maar wat zegt dat cijfer nou echt?
Een instructeur met een eerlijk lespakket en een breed publiek scoort misschien lager dan iemand die zijn kandidaten selecteert op talent en motivatie. En iemand met 90 examens per jaar en 30% slagingspercentage? Daar fronst iedereen bij – en terecht. Maar die cijfers zijn zelden volledig zonder context.
En nu? De directeur vertrekt… en de cowboys blijven?
De voormalig directeur van het CBR riep ooit: “De cowboys moeten eruit en het slagingspercentage moet omhoog.” Mooie woorden. Maar inmiddels verlaat diezelfde directeur het gebouw – en de cowboys? Die zijn er nog steeds. Instructeurs die snel geld willen verdienen, leerlingen die te weinig begeleiding krijgen, constructies die draaien op aantallen in plaats van kwaliteit.
En ondertussen blijft de druk bestaan. “Je mag eigenlijk niet meer zakken.” Dat is iets wat weleens letterlijk gezegd wordt – of in ieder geval gevoeld. Alsof falen niet meer mag. Terwijl het soms juist essentieel is om echt te leren.
De vraag is: wie wordt de volgende leider – bij het CBR én in de rijschoolwereld zelf?
Wie gaat kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit? Voor inzicht boven trucjes?
Want als de cultuur niet verandert, maakt een nieuwe naam bovenaan het briefpapier weinig verschil.
Tot slot
Slagen is mooi. In één keer slagen is efficiënt.
Maar de echte vraag blijft: leren we mensen rijden, of leren we ze slagen?