Veiligheid? Dat is geen foefje, dat is karakter.
Blog van Jan No Trics —
verkeersinstructeur, realist en mens
Laat me meteen met de deur in huis vallen: ik maak me zorgen. Echt waar. Niet om mezelf, niet om m’n auto of m’n koffie (hoewel die soms ook te slap is), maar om de veiligheid van de nieuwe generatie verkeersdeelnemers.
Ik zie ze slagen. Diploma op zak. Glimlach van oor tot oor. En tóch voel ik het
knagen:
“Hebben ze het verkeer geleerd, of gewoon het examen?” We hangen te vaak aan het randje
van 'ik heb voorrang'
Er zit iets fundamenteel scheef in hoe we over verkeer denken. Alles draait om
regels, wie mag wat, wie moet stoppen, wie zit fout. Alsof verkeer een soort
rechtbank is waarin iedereen zijn gelijk moet halen. Maar weet je wat het
probleem is? Verkeer is geen strijd om gelijk — het is een gezamenlijke poging
om heelhuids thuis te komen.
Ja, theorie is belangrijk. Natuurlijk. Maar alleen als die theorie leidt tot ''inzicht'', niet tot ''ego''. Wat heb je aan je gelijk als je op de motorkap
van een ander ligt? Wat heb je aan 'ik mocht hier 50', als je iemand raakt die
niet oplette? ''Gelijk hebben is geen garantie op veiligheid.'' En veiligheid
is niet hetzelfde als regels uit je hoofd leren.
De theorie geeft je kaders. Maar het is jouw gedrag — jouw keuzes — die bepalen
of jij en anderen het overleven. En dat leer je niet uit een boek, dat leer je
door na te denken, te voelen, en echt verantwoordelijkheid te nemen.
Regels uit je hoofd weten wat
je doet
We leren onze leerlingen tegenwoordig trucs, schema’s en video's die zo glad
zijn als een natte rotonde.
Alles is overzichtelijk. Alles is perfect. Maar niemand toont ze wat er gebeurt
als het misgaat.
Er is een groot verschil tussen:
- “Ik heb voorrang.”- en: “Maar wat als die ander dat niet doorheeft?”
Die eerste zit in het boek. Die tweede? Die leer je pas als je veiligheid als waarde meedraagt, niet als
multiple choice-vraag.
De tragische dood van Ibrahim
(12) – een les in gemiste waakzaamheid
De zaak rond de dood van Ibrahim in Westwoud laat pijnlijk zien hoe groot de
kloof is tussen ‘gelijk hebben’ en ‘veilig handelen’.
De automobiliste reed niet te hard, had volgens het OM geen voorrang hoeven
geven, en toch verloor een kind zijn leven. Waarom? Omdat de bestuurder zei:
“Ik keek naar rechts en toen in mijn binnenspiegel.”
Voor een leek klinkt dat normaal. Voor een instructeur is dat een alarmsignaal.
Dat is geen kijken — dat is een afvinklijstje van oogbewegingen. Echt
kijkgedrag betekent dat je observeert wat er gebeurt én wat er kán gebeuren. Je
kijkt niet om het kijken, maar om te zien. En als je je aandacht intrekt naar
de binnenspiegel terwijl er een kwetsbare weggebruiker mogelijk oversteekt, dan
mis je precies wat telt.
Deze tragedie bewijst: veiligheid is niet wat het wetboek zegt, maar wat jij
doet — vooral als niemand kijkt. En dat moeten we onze leerlingen leren. Dat is
geen extraatje. Dat is het verschil tussen leven en dood.
De realiteit komt zonder script
Even eerlijk: die methodes waar je in 10 lessen en 30 video’s leert hoe je door
het verkeer komt?
Leuk hoor. Maar het verkeer is geen PowerPointpresentatie.
De straat is geen lesboek. Het is regen, lawaai, haast, iemand die zonder te
kijken oversteekt, een vrachtwagen die je net niet ziet.
En als je dan alleen maar geleerd hebt om vakjes aan te vinken, dan sta je stil
op het moment dat je moet handelen.
Verkeer is een sociale afspraak,
geen spelletje
We zijn vergeten om iets cruciaals mee te geven:
Verkeer is géén wedstrijd. Geen truc. Geen 'ik weet het beter.'
Het is een plek waar we elkaar iets beloven:
“Ik let op jou, jij let op mij. En als iemand een fout maakt, proberen we het
samen op te vangen.”
Maar dat leren we nauwelijks nog. Omdat het niet getoetst wordt. Omdat het
lastig is om te meten. Omdat we zijn gaan geloven dat veiligheid te vangen is
in een invuloefening.
Tijd om het vak weer serieus te nemen
Ik ben geen pessimist — ik ben een realist met een kloppend hart.
Ik weet dat jongeren kunnen leren. Sterker nog: ze wíllen het goed doen.
Maar dan moeten wij wel stoppen met ze zand in de ogen strooien.
Dus laten we alsjeblieft:
- Minder quizjes doen, meer denken.
- Minder filmpjes kijken, meer situaties bespreken.
- Minder 'wie heeft voorrang?', meer 'wat als het fout gaat?'
En vooral: meer lef om eerlijk te zijn. Over risico’s, over gedrag, over
verantwoordelijkheid.
Tot slot, van mij persoonlijk
Ik noem mezelf Jan No Trics met een reden.
Ik geloof niet in schijnveiligheid, in lessen die je onthoudt tot het examen en
daarna vergeet.
Ik wil dat mijn leerlingen thuiskomen.
Niet alleen vandaag, maar ook volgend jaar.
Niet alleen omdat ze weten wat mag, maar omdat ze voelen wat goed is.
Veiligheid is geen bord langs de weg.
Het is een keuze.
Elke dag opnieuw.
En als we dat weer serieus gaan nemen, dán maken we verschil.
