Verkeer wordt steeds drukker… maar vooral steeds meedogenlozer
Elke dag weer hetzelfde nieuws.
Een motorrijder overleden.
Een fietser geschept op een rotonde.
Een kind onder een vrachtwagen.
Een eenzijdig ongeval tegen een boom, paal of middengeleider.
En iedere keer zeggen we hetzelfde: “Wat erg.” “Hoe kan dit gebeuren?” “Ze zullen wel niet opgelet hebben.”
Maar misschien moeten we eindelijk eens eerlijk zijn. Het verkeer is niet alleen drukker geworden. Het is harder, sneller, zwaarder én genadelozer geworden.
We leven in een tijd waarin auto’s stiller rijden, maar groter zijn dan ooit. SUV’s, bestelwagens, elektrische voertuigen met gigantisch gewicht. Ondertussen bewegen fietsers zich sneller door het verkeer dankzij e-bikes en fatbikes, terwijl infrastructuur en menselijk reactievermogen nauwelijks meegegroeid zijn.
En dan verwachten we dat alles veilig blijft verlopen.
Dat is alsof je een zwembad steeds voller laat lopen en verbaasd bent dat mensen beginnen te verdrinken.
“Ik zag hem niet”
Misschien wel de meest pijnlijke zin na een ernstig ongeval.
“Ik zag hem niet.”
Maar in veel gevallen betekent dat niet letterlijk dat iemand onzichtbaar was. Het betekent:
- te laat gekeken;
- verkeerd ingeschat;
- afgeleid geweest;
- of simpelweg op automatische piloot gereden.
En precies daar zit het probleem.
Veel verkeersdeelnemers rijden tegenwoordig mentaal overbelast rond. Telefoonmeldingen, haast, stress, navigatie, vermoeidheid, prikkels. De aandacht is versnipperd. Het verkeer vergeeft dat niet.
Bij 50 kilometer per uur leg je bijna 14 meter per seconde af. Eén seconde afleiding is genoeg om een fietser, motorrijder of kind volledig te missen.
Veertien meter. Blind.
Motorrijders betalen vaak de hoogste prijs
Een motorrijder heeft geen kreukelzone. Geen stalen kooi. Geen tweede kans.
Vaak gaat het mis door een combinatie van snelheid, zichtbaarheid en verkeerde verwachtingen van automobilisten. “Hij kwam ineens hard aan.” Of: “Ik dacht dat ik nog kon oversteken.”
Maar natuurkunde onderhandelt niet.
Een kleine inschattingsfout bij een motor kan direct fataal zijn.
Kinderen verdwijnen letterlijk uit beeld
Dat klinkt hard, maar het is de realiteit.
Kinderen zijn klein. Moderne voertuigen zijn hoog. Een kind naast een SUV of bestelwagen kan compleet verdwijnen in de dode hoek. En toch blijven we voertuigen bouwen die groter en hoger worden, terwijl woonwijken voller raken met spelende kinderen, fietsers en scooters.
We ontwerpen voertuigen steeds veiliger voor de bestuurder, maar niet automatisch veiliger voor de omgeving.
Het echte probleem? We onderschatten verkeer
Veel mensen zien autorijden nog steeds als iets “normaals”. Routine. Gewoon van A naar B.
Maar verkeer is geen routine. Verkeer is een voortdurende risicoanalyse op snelheid.
Goede verkeersdeelnemers zijn niet degene die alleen netjes kunnen sturen of schakelen. Het zijn mensen die:
- vooruit kijken;
- gevaar herkennen;
- spiegels gebruiken;
- verwachtingen controleren;
- rust bewaren;
- en hun ego thuislaten.
Verkeersveiligheid zit niet in geluk.
Het zit in bewustzijn.
Misschien moeten we stoppen met alleen reageren na een ongeval
Na elk ernstig ongeluk ontstaat even aandacht: extra controles, bloemen langs de weg, een nieuwsbericht, verdriet.
En daarna gaan we weer door.
Tot het volgende ongeval.
Misschien moeten we eindelijk accepteren dat verkeersveiligheid niet begint bij strengere straffen of nog een bord langs de weg, maar bij mentaliteit.
Rustiger rijden.
Beter kijken.
Minder haast.
Meer bewustzijn.
Meer respect voor kwetsbare verkeersdeelnemers.
Want uiteindelijk zijn we allemaal een keer die fietser, die motorrijder, die ouder, dat kind of die bestuurder die één seconde tekortkomt.
En in het verkeer kan één seconde het verschil zijn tussen thuiskomen… of een leven lang spijt.